Preek van 09 maart 2014

1e zondag van de Veertigdagentijd 

De woestijn is de plek waar wij het leven ontmoeten in al zijn rauwheid, waar we onszelf tegenkomen en waar alle illusies als zeepbellen worden doorgeprikt.

Dat is omdat we in de woestijn helemaal op onszelf aangewezen zijn. Kortom, het is 'bloot' leven in de woestijn. Wanneer iemand de draad van zijn leven kwijt is en elk houvast verloren is, kunnen wij dat duiden als woestijnervaring. De woestijn kan ook een beeld zijn voor de eenzaamheid die men bewust opzoekt. Men zondert zich dan af en maakt zich leeg van alle beslommeringen om alleen met het eigen diepste zelf bezig te zijn. 

Voor abt Antonius is de woestijn de plaats waar de demonen hun ware gezicht laten zien. Volgens het evangelie is Jezus door de heilige Geest naar de woestijn gevoerd en wordt hij door de demonen op de proef gesteld. Zoals Jezus door de duivel bekoord werd, zo hielden de woestijnvaders er rekening mee dat ze eventueel moesten vechten tegen de demonen. De woestijnvaders werden geprezen als ze tot overwinnaar uit de strijd kwamen. Toen de duivel Jezus eindelijk met rust liet, kwamen engelen en dienden hem. De berg van de bekoring wordt de berg van het paradijs. Dat hebben ook de oude monniken ervaren. De woestijn is niet alleen het terrein van de demonen, niet alleen de plaats waar men zich niet kan verbergen voor de waarheid over zichzelf en voor zijn eigen schaduwzijden. De woestijn is ook de plaats waar God het meest nabij is. Dat heeft Israël reeds ervaren. God heeft Israël door de woestijn naar het Beloofde Land geleid. Voor Israël was de woestijn een tijd van beproeving. Uiteindelijk is het ook een tijd van verheerlijking voor God. Wanneer Israël terugblikt op zijn geschiedenis, erkent het, dat de tijd in de woestijn een geprivilegieerde tijd was geweest. 

Hebzucht, eerzucht en heerszucht zijn de grote drijfveren waardoor de menselijke behoeften en verlangens worden geperverteerd. Niemand ontsnapt aan verlokking van het geld, en altijd meer geld, waarmee men alles kan kopen wat te koop is. Het evangelie beschrijft hoe listig de duivel te werk ging om Jezus te verleiden. Hij greep zijn fysieke honger aan. Hij speelde in op zijn Godsvertrouwen. Uiteindelijk spiegelde hij hem voor, dat hij de hele wereld aan zijn voeten kon krijgen, als hij voor hem wilde knielen. Drie keer doorzag Jezus de list van de duivel en liet zich niet beetnemen. Jezus versloeg de duivel door trouw te blijven aan Gods Woord. In die veertig dagen vasten had Jezus ontdekt waar het om ging: een God die voor hem Vader was, in goede en in kwade dagen. Later heeft hij dat ook aan zijn leerlingen duidelijk gemaakt. 

Vastentijd is een kans om onszelf tegen te komen en om te ontdekken waar wij eigenlijk van leven. Het doel van de vastentijd is dat wij de betrekkelijkheid van zoveel dingen gaan beseffen die onmisbaar lijken. Ieder heeft zijn woestijn. Ieder heeft zijn eigen manier om te leren dichter bij zichzelf te komen, om te leren dichter bij een ander te komen en om te leren dichter bij God te komen. Leer zien wat bijkomstig is. Leer zien wat werkelijk voor ons van belang is. Alleen dan kunnen we een gelukkig mens zijn. Moge de heilige Geest ons zegenen in deze Veertigdagentijd. 

eerste lezing: Genesis 2,7 - 9;3,1 - 7; tweede lezing: Romeinen 5,12 - 19; evangelie: Matteüs 4,1 - 11. 
De evangelietekst uit de Willibrordvertaling 1978: 
In die tijd werd Jezus door de Geest naar de woestijn gevoerd om door de duivel op de proef gesteld te worden. Nadat Hij veertig dagen en veertig nachten had gevast, kreeg Hij honger. Nu trad de verleider op Hem toe en sprak: "Als Gij de Zoon van God zijt, beveel dan dat deze stenen hier in brood veranderen." Hij gaf ten antwoord: "Er staat geschreven: Niet van brood alleen leeft de mens, maar van elk woord dat komt uit de mond van God." 
Vervolgens nam de duivel Hem mee naar de heilige stad, plaatste Hem op de bovenbouw van een tempelpoort en sprak tot Hem: "Als Gij de Zoon van God zijt, werp U dan naar beneden, want er staat geschreven: Aan zijn engelen zal Hij omtrent U een bevel geven, dat zij U op de handen nemen, opdat Ge uw voet niet zult stoten aan een steen." Jezus zei tot hem: "Er staat ook geschreven: Gij zult de Heer uw God niet op de proef stellen." 
Ten slotte nam de duivel Hem mee naar een heel hoge berg, vanwaar hij Hem alle koninkrijken der wereld toonde in hun heerlijkheid. En hij zei: "Dat alles zal ik U geven, als Gij in aanbidding voor mij neervalt." Toen zei Jezus hem: "Weg, satan; er staat geschreven: De Heer uw God zult gij aanbidden en Hem alleen dienen." Nu liet de duivel Hem met rust en er kwamen engelen om Hem te dienen.

 

deel dit artikel


Meer interessante pagina's