Preek van 23 juli 2017

16e zondag door het jaar

Vorige week hoorden we de parabel over het ruimhartige zaaien: ‘Niet alles zal opkomen maar wat er opgroeit in goede grond, dat brengt vruchten overvloedig voort’. Vandaag spreekt Jezus over een vijand. ’s Nacht komt een vijand, die onkruid tussen de tarwe zaait met alle gevolgen van dien. Er is blijkbaar een goede zaaier en een slechte zaaier.  Wat betekent dit allemaal? Een gelijkenis is op de eerste plaats een onthulling, een soort openbaring, waarin iets geopenbaard wordt over Gods plan, zoals dit gestalte krijgt in Jezus de Messias.

Wanneer Jezus spreekt over het Rijk der Hemelen, dan gaat het niet zo zeer over het Rijk ná de dood, maar wel het Rijk hier op deze wereld, in het dagelijks leven. Het Rijk Gods groeit midden onder de mensen: waar hongerigen eten krijgen, waar naakten gekleed worden, waar zieken gesterkt worden, waar vluchtelingen beschermd worden, waar vrede wordt opgebouwd. Dat is het Rijk van broederlijkheid of zusterlijkheid. Deze zorg van God moet zichtbaar worden voor mensen. Aan zo’n Rijk vraagt Jezus ons mee te werken door te zaaien zoals die zaaier over wie jezus vertelt. Hij vraagt om een goede zaaier te zijn. Uit eigen ervaring weten we, dat wij niet perfect en niet foutloos zijn: dat er dikwijls iets tegenstaat. Maar blijven we het goede zaaien en niet opgeven als dingen niet lopen zoals we hopen en graag zouden hebben.

Het is ook niet onze taak te beslissen welke mensen kunnen worden bestempeld als ‘kruid’ en ‘onkruid’. Bovendien moeten we zeker niet wieden. Want dat zal God wel op de gepaste tijd doen. Dat is natuurlijk gemakkelijker gezegd dan gedaan. Gaat de tarwe niet kapot door dat onkruid? Gaat het onkruid de tarwe niet verstikken?  Meer nog, de vergelijking suggereert dat de twee met elkaar verstrengeld zijn. Mogen wij daarom zeggen: “Niemand is enkel slecht?” Ook een goed mens heeft zijn zwakke plekken. Als we alleen het slechte zien, dan hebben we misschien niet genoeg tijd genomen om de ander te leren kennen. Wanneer we echt tijd nemen om iemand te leren kennen, zullen we ontdekken dat ze niet enkel slecht zijn. Vaak zullen we ontdekken waarom ze de dingen doen, die ze doen. Dit evangelie vraagt ons om zo geduldig en mild te worden als God zelf.

Dat in praktijk omzetten is niet zo eenvoudig. Het wordt levenslang oefenen om daar in te groeien.  Het lukt ons waarschijnlijk niet echt om zo geduldig, mild en vergevingsgezindheid te zijn als God. Dit evangelie inspireert ons om wat behoedzamer te zijn in het etiketten plakken op de naasten. We hoeven ook niet een politieagent voor elkaar te spelen. Alle energie die daar naar toegaat, investeren we beter in de kunst van het elkaar respecteren en liefhebben, zoals God. Jezus is het concrete gezicht van de geduldige God, die uiteindelijk alles ten goede leidt op het uur van zijn genade. Ook als het onkruid tussen de tarwe groeit in ons hart, zal God ons de tijd gunnen om te groeien. Eens komt het uur van de oogst en dan wordt geoordeeld over onze gezindheid en ons doen en laten.

1e lezing: Wijsheid 12,13.16-19; 2e lezing: Romeinen 8,26-27; evangelie: Matteüs 13,24-43
De evangelietekst uit de Willibrordvertaling 1978:
Een andere gelijkenis hield Hij hun voor: ‘Het Rijk der hemelen gelijkt op een man die op zijn akker goed zaad had gezaaid; maar terwijl de mensen sliepen, kwam zijn vijand, zaaide onkruid tussen de tarwe en ging heen. Toen de halmen opgeschoten waren en vrucht hadden gezet, was ook het onkruid te zien. Nu gingen de knechten naar hun meester en zeiden hem: Heer, ge hebt toch goed zaad op uw akker gezaaid? Hoe komt het dan dat er onkruid op staat? Hij antwoordde hun: Dat is het werk van een vijand. De knechten zeiden tot hem: Wilt ge dan dat we het bijeengaren? Maar hij zei: Neen, ik ben bang dat ge, wanneer ge het onkruid bijeengaart, de tarwe mee uittrekt. Laat beide samen opgroeien tot de oogst, en met de oogsttijd zal ik maaiers zeggen: Haalt eerst het onkruid bijeen en bindt het in bussels om te verbranden; maar slaat de tarwe op in mijn schuur.’ Een andere gelijkenis hield Hij hun voor: ‘Het Rijk der hemelen gelijkt op een mosterdzaadje, dat iemand op zijn akker zaaide. Weliswaar is dit het allerkleinste zaadje, maar wanneer het is opgeschoten, is het groter dan de andere tuingewassen; het wordt een boom, zodat de vogels uit de lucht in zijn takken komen nestelen.’ Nog een andere gelijkenis vertelde Hij hun: ‘Het Rijk der hemelen gelijkt op gist, die een vrouw in drie maten bloem verwerkte, totdat deze in hun geheel gegist waren.’ Dit alles sprak Jezus tot het volk in gelijkenissen en zonder gelijkenissen leerde Hij hun niets, opdat in vervulling zou gaan het door de profeet gesproken woord: Ik zal mijn mond openen in gelijkenissen, Ik zal openbaren wat verborgen is geweest vanaf de grondvesting der wereld. Toen liet Hij de menigte gaan en keerde naar huis terug. Zijn leerlingen kwamen nu naar Hem toe en zeiden: ‘Leg ons de gelijkenis uit van dat onkruid op de akker.’ Hij gaf hun ten antwoord: ‘Die het goede zaad zaait, is de Mensenzoon; de akker is de wereld; het goede zaad, dat zijn de kinderen van het Rijk; het onkruid zijn de kinderen van het kwaad, en de vijand die het zaaide, is de duivel. De oogst is het einde van de wereld en de maaiers zijn de engelen. Zoals nu het onkruid wordt bijeengebracht en in het vuur verbrand, zo zal het ook gaan op het einde van de wereld. De Mensenzoon zal zijn engelen uitzenden en zij zullen uit zijn Rijk bijeenbrengen allen die tot zonde verleiden en ongerechtigheid bedrijven om hen in de vuuroven te werpen, waar geween zal zijn en tandengeknars. Dan zullen de rechtvaardigen in het Koninkrijk van hun Vader schitteren als de zon. Wie oren heeft, hij luistere.

deel dit artikel


Meer interessante pagina's