Preek van 25 december 2016

1e Kerstdag

 

Broeders en zusters, als ik mijn mond opendoe, als ik ga iets zeggen en dus geluid geef, dan moet het mooier zijn dan de stilte die ik daarvoor hoorde. Of op zijn Vlaams: het moet schoner zijn dan de stilte die ik hoorde… Met schroom en twijfel herneem ik het woord. Zou ik op deze kerstmorgen iets te zeggen hebben dat het waard is de stilte, die schone stilte te verbreken? Zouden we deze uitspraak wereld breed toepassen, wat zou er dan een enorme rust en vrede gevende stilte vallen. Wereldleiders zeggen zoveel dat niet tegen de stilte op kan. De gevolgen zijn nog erger: stilte wordt verscheurd door het geknal van mensonterend wapentuig. Heavy metal of House zijn er vredig bij, omdat die geen oorverdovende leugens verkopen.

Ik begeef me op glad ijs. Heb ik nu iets te vertellen wat de moeite waard is om de schone stilte te verbreken? Wat heb ik te vertellen dat mooier is om de stilte te verbreken rond het kind, gewikkeld in doeken en met zijn vader en moeder aan zijn zijde. Rust, voeding, stilte en zorg heeft Hij nodig, geen menselijk gekakel. Naast Hem zitten en beschermen is genoeg. God is op aarde gekomen en heeft onze zorg nodig. Dat is genoeg. Stilte. De preek zou nu klaar kunnen zijn.

Broeders en zuster, we hebben het eerste deel van het Johannes evangelie gehoord. Deze is te mooi om de stilte niet te verbreken. “Het woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond. Het licht is in de wereld gekomen en wij hebben het niet herkend.” Deze woorden klinken als muziek in de oren: God is in de wereld gekomen, bij ons en wij mogen voor Hem zorgen. Hij kan het zelf niet, want Hij is een kwetsbaar en teer kind. Wij kunnen Hem verzorgen, omdat het Kind ook in ons wordt geboren.

Stopt het daarmee? Sluiten we ons dan op in de glorie en de volmaaktheid van Kerstmis? Nemen we het licht tot ons in onze kerken en huizen, laten we de duisternis de duisternis, en houden we alles wat niet mooi en goed is buiten de deur?

Het kind is in barre omstandigheden geboren, een vluchteling waardig. Door voor Hem te zorgen, zorgen we voor alles wat kwetsbaar en teer is. We mogen de stilte van de kerststal voelen. We mogen in stille verwondering de mooi opgetuigde kerstboom aanschouwen. Laten we stoppen onszelf schuldgevoelens aan te praten. Door te kiezen voor stal en boom brengen we het licht in de wereld en dat is wat we nodig hebben. Broeders en zusters, we moeten af van de vraag of we kerstfeest mógen vieren, we moeten het vieren. Door het te vieren, door God als het tere kind te hullen in warme doeken en Hem te omgeven met zorg, zijn we op weg mooie wereld te scheppen.

We hebben de plicht om de stilte te doorbreken als de stilte niet mooi meer is. De gruwelijke stilte - want dat kan zij ook zijn - moet worden verbroken als wij dat levenloze kind op het strand van Griekenland zien liggen, een kind te vroeg tot stilte gebracht. Het vraagt om een schreeuw van woede en boosheid. Dat zal God als muziek in de oren klinken, want die stilte wordt hier geweld aangedaan.

De stilte moet doorbroken worden door de gebrekkige woorden van het meisje in Aleppo dat een beroep doet op de wereld: “Help ons.” Laat deze verstoorde stilte in ons hart doorklinken. Laten we ons niet van de wijs brengen door het persbureau Reuters, dat wil checken of het meisje wel bestaat. Verspilde en lelijke woorden die het verbreken van de stilte niet waard zijn.

Een kind in Bethlehem, in Aleppo, in Eritrea, in Congo moet met woorden ons tot stilte brengen, want in die stilte gaan we beseffen wat het is om te luisteren naar een stem die zegt: “Help me, redt me, maak me weer mooi.” Dat zijn ware woorden, dat weten we en daar hebben we geen journalist voor nodig. Het is ook niet nodig om te weten of het Amina, Mohammed, Rebecca, Isa of Jezus is die de stilte verbreken. Het zijn woorden die ons veranderen, ons anders maken omdat het dan wordt: niet ik maar jij. Het geweld in Berlijn bracht stilte in 12 mensenlevens, maar werd vervangen door mensen die samenkwamen om mooi te zingen.

Zoals ieder jaar komen er nieuwe woorden in omloop. Er zijn mooie waardevolle woorden en er zijn lelijke woorden. Het lelijkste woord was voor mij ‘nepnieuws’. Iedereen gooit maar wat op de sociale media, dus moeten we wantrouwen. Broeders en zusters, er is niets zo erg dan in een vredige en stille slaap gesust te worden als door nepnieuws. Het geeft ons alle redenen om te denken: “we worden belatafeld en dus hoeven we er niets mee. Laat de kalkoen maar komen.” Dat is pas echt nep. We zijn prima in staat om aan te horen en te voelen wat ons hart raakt. Dat is echt nieuws. We weten ook prima in te schatten dat vermeende wapenstilstanden en geplande evacuaties nepnieuws is om te wereld op het verkeerde been te zetten. Nepnieuws is alles waar gaat om ‘hoe word ik beter, krijg ik meer macht, of word ik verkozen.’ We zijn prima in staat dat uit te zuiveren.

Het woord van dit jaar is treitervlogger, in 2015 was dat sjoemel software. Geen woorden om de stilte voor te verbreken. Ik zocht naar het mooiste woord van 2016. Dat vond ik niet. Woorden van troost en liefde zijn het waard om de stilte te verbreken. Doen we dat niet, dan wordt het een stille kilte die niet mooi is.

Op de afdeling voor Alzheimer van een Universitaire ziekenhuis had men gekozen voor ‘herinnering’. Eigenlijk is het mager dat onze samenleving snel woorden met een negatieve bijklank weet op te lepelen. Laten we met ‘het Licht is in de wereld gekomen’ maar weer de stilte binnentreden en ons laten wakker laten maken door de oerschreeuw van de mens in nood. Help. Ik denk dat we daar best goed in zijn. Een behulpzame kerst.


1e lezing: Jesaja 52, 7-10; 2e lezing: Hebr. 1, 1-6, evangelie: Johannes 1, 1-18
De evangelietekst uit de Willibrordvertaling 1978:
In het begin was het Woord en het woord was bij God en het Woord was God. Dit was in het begin bij God. Alles is door Hem geworden en zonder Hem is niets geworden van wat geworden is. In Hem was leven, en dat leven was het licht der mensen. En het licht schijnt in de duisternis maar de duisternis nam het niet aan. Er trad een mens op, een gezondene van God; zijn naam was Johannes. Deze kwam tot getuigenis, om te getuigen van het Licht, opdat allen door hem tot geloof zouden komen. Niet hij was het Licht, maar hij moest getuigen van het Licht. Het ware Licht, dat iedere mens verlicht, kwam in de wereld. Hij was in de wereld; de wereld was door Hem geworden, en toch erkende de wereld Hem niet. Hij kwam in het zijne, maar de zijnen aanvaardden Hem niet. Aan allen echter die Hem wel aanvaardden, aan hen die in zijn Naam geloven, gaf Hij het vermogen om kinderen van God te worden; Zij zijn niet uit bloed noch uit begeerte van het vlees of de wil van een man, maar uit God geboren. Het woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond. Wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, zulk een heerlijkheid als de Eniggeborene van de Vader ontvangt, vol van genade en waarheid. Wij hebben Johannes’ getuigenis over Hem toen hij uitriep: ‘Deze was het van wie ik zei: Hij die achter mij komt, is mij voor, want Hij was eerder dan ik.’ Van zijn volheid hebben wij allen ontvangen: genade op genade. Werd de Wet door Mozes gegeven, de genade en de waarheid kwamen door Jezus Christus. Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, die in de schoot des Vaders is, Hij heeft Hem doen kennen.

deel dit artikel


Meer interessante pagina's