Preek van 25 juni 2017

12e zondag door het jaar

Broeders en zusters, we horen vanmorgen lezingen waarvan ik zelf zeg: “daar word ik niet vrolijk van”. Is er al niet genoeg angst in de wereld, want dat is in alle drie de lezingen wel het centrale thema. Van de profeet Jeremia zijn we het wel wat gewend. Hij is niet bepaald het zonnetje in huis. Om maar een paar kernwoorden te noemen: strijd, wraak, toorn, macht, schande staat er in de tekst en vullen we daar wat hedendaagse woorden aan toe dan past verharding, aanslag, onveiligheid en angst ook in dat rijtje. We zouden kunnen zeggen: “Goed, het is Jeremia maar”; zijn stijl is zo bekend dat het in onze taal een literair genre is geworden: gejeremieer. 
Als Paulus zou hebben geleefd dan denk ik dat het zomaar zou hebben gekund dat hij zich van Facebook, Twitter en Instagram zou hebben bediend. Als groot verkondiger zou hij zeker gebruikt hebben gemaakt van sociale media. Maar als hij zegt: “de fout van een mens bracht allen de dood”, dan komt dat hard binnen. Stel dat dat via Facebook de wereld zou zijn overgegaan dan zou het op zijn minst worden verwijderd en hij bij de AID extra in de gaten worden gehouden.
Dan volgt Mattheus. Ook weer woorden die erin hakken. ‘Niets is bedekt of het zal onthuld worden, niets verborgen of het zal bekend worden. Weest niet bevreesd voor hen die uw lichaam kunnen doden maar niet de ziel. Vreest veeleer Hem die en ziel en lichaam in te verderf kan storten in de hel.’ Zijn we niet diep in ons hart bang voor de lichamelijke dood? En wie kan ons in de hel gooien? Is dat niet ons eigen doemdenken? Is het onze onverschilligheid?
Broeders en zusters, het zijn allemaal teksten die angst inboezemen en daar zitten we nu net niet op te wachten. Onze samenleving wordt voortdurend geconfronteerd met angst en onzekerheid. We roepen met zijn allen: “we laten ons niet gek maken door aanslagen en terrorisme”. Na 24 uur nemen we de draad weer op. Stoer zeggen we: “overal lopen we risico, we gaan ons niet op sluiten”. Gaan we naar een massabijeenkomst dan zijn we wat waakzamer en ons rugzakje moet worden gecontroleerd. Maar als we toch eerlijk zijn dan gaat het toch niet langs ons heen. Op elke hoek van de straat kan er iets gebeuren en overheden zijn niet meer de bestuurders die we nodig hebben als men niet in staat is de wet te handhaven, zodat een torenflat kan afbranden met 79 doden door stomme gevelplaten die brandbaar waren i.p.v. brandwerend.
Het was trouwens niet de enige toren van de week. De toren van een moskee in Mosul werd opgeblazen. Daar kunnen we luchtig over doen. Isis weer meer in het nauw gedreven. Maar ook dat is een bedehuis, net als kapellen en kerken van welke religieuze denominatie dan ook, een huis van liefde en wie het dan ook heeft gedaan, het is een  aanval op God. We hebben daar met onze handen  vanaf te blijven. Ik troost me met de gedachte dat een bedehuis, een huis van liefde, niet louter uit stenen bestaat maar dat wij mensen, wij gelovigen dat huis van liefde kunnen bouwen door het met elkaar te zijn. Wij maken het verschil door in ons handelen God gestalte te geven.
De Bijbel met al haar verhalen is een boek van deze tijd waarin in iets andere bewoordingen de actualiteit aan het licht wordt gebracht, omdat het niet over de waan van de dag gaat maar van alle tijden is.
Dat er niets verborgen blijft en alles zal worden onthuld is ook nu weer toepasbaar. Al ons emailverkeer en telefoongesprekken worden opgenomen en kunnen worden afgeluisterd indien nodig. En dan kan ik wel stoer zeggen: “ik heb niets te verbergen”, maar prettig is het toch niet.
En dan zijn er nog kliklijnen en mensen die onrecht aankaarten heten klokkenluiders en moeten worden beschermd. Hoe gaan we daar mee om? De Bijbel is geen TomTom of routeplanner. Maar de Bijbel is wel Gods openbarend Woord, bron van gelovig leven. Tegenover alle woorden van angst staan woorden van hoop. Tegenover verdeeldheid staat verbinding. Tegenover alle pijn en verdriet staan woorden troost en liefde. De positieve woorden hebben de overhand en de negatieve woorden die we in de Bijbel vinden zijn door de schrijvers vaak gebruikt om de positieve woorden sterker te laten spreken zodat ze goed bij ons binnen komen.
De kerk, Gods huis,  is geen huis van angst maar een huis van liefde ook al wordt dat soms verstoord zoals we in de kathedraal van den Bosch hebben gezien.  Paus Franciscus geeft ons keer op keer voorbeelden hoe de kerk een huis van liefde en barmhartigheid kan zijn: hij biedt excuses aan voor het onrecht dat heel veel mensen door de kerk is aangedaan. Woorden als discriminatie, sekse of geaardheid komen in zijn woordenschat niet voor. Wel komt de nederigheid aan bod als hij begint met zichzelf zondaar te noemen. Hij roept ons  op iedereen in de armen te sluiten. En hij doet het ook in de praktijk als hij van zijn reizen 12 vluchtelingen mee terugneemt om ze een veilige plek te bieden binnen de kerk. Is dat een daad voor de Bühne? Ik zie er het werkelijke volgen van Christus in. Het is geen eenmalige daad keer op keer verrast hij ons op onorthodoxe wijze.
Angst maakt boos en geeft onrust en wanhoop. Angst maakt ons tot slaven door de macht die andere mensen over ons uitoefenen. Het wordt steeds groter in je hoofd en je gaat er in geloven dat het de waarheid is. Een bekende Engelse schrijver sprak van de week de woorden: ‘liever een arme meester dan een rijke slaaf’. Zo’n uitspraak brengt mij terug bij de laatste zin uit de lezing van Jeremia vanmorgen. Onze jeremiërende profeet biedt ons een duidelijk perspectief: Hij, dat staat voor God, heeft het leven van de arme uit de macht van de boosdoeners gered.
Daar kan ik wat mee. Het Bijbelse ‘arme’ staat namelijk niet alleen voor een lege geldbuidel. Arm, staat ook of juist voor nederigheid en dienstbaarheid. Wat zien we veel? Arrogantie, hoogmoed, op de borstklopperij. Maar zijn dat geen houdingen die de angst verhullen? In nederigheid en dienstbaarheid zijn wij in staat met elkaar dat anti-angsthuis, dat huis van liefde te bouwen door er te zijn en elkaar voor het aanschijn van God vast te houden. De oude profeet Jeremia was nog niet zo’n zeurpiet. Hij begreep Jezus al ver voor zijn tijd, omdat het hun beiden om de Vader is te doen.

1e lezing: Jeremia 20,10-13; 2e lezing: Romeinen 5,12-15; evangelie: Mattheüs 10,26-33
De evangelietekst uit de Willibrordvertaling 1978:
Weest niet bang voor hen. Niets is bedekt of het zal onthuld, niets is verborgen of het zal bekend worden. Wat Ik u zeg in het duister, spreekt dat uit in het licht, en wat ge u in het oor hoort fluisteren, verkondigt dat van de daken. Weest niet bevreesd voor hen die wel het lichaam kunnen doden maar niet de ziel; vreest veeleer Hem die en ziel en lichaam in het verderf kan storten in de hel. Verkoopt men niet twee mussen voor een stuiver? En toch zal buiten de wil van uw Vader niet een mus op de grond vallen. Bij u echter is zelfs ieder haar van uw hoofd geteld. Weest dus niet bevreesd; gij zijt toch meer waard dan een zwerm mussen. Ieder die Mij bij de mensen belijdt, hem zal ook Ik als de mijne erkennen bij mijn Vader die in de hemel is. Maar ieder die Mij zal verloochenen tegenover de mensen zal Ik ook verloochenen tegenover mijn Vader die in de hemel is.

deel dit artikel


Meer interessante pagina's