Preek van 29 oktober 2017

30e zondag door het jaar

Dierbare broeders en zusters, in het derde boek van de Thora Leviticus staat het al: ‘Wees niet haatdragend. Als je iemand iets te verwijten hebt, roept hem dan ter verantwoording en laadt niet omwille van aan een ander schuld op je door je te wreken of wrok te blijven koesteren. Heb je naaste lief als jezelf. Ik ben de Heer.’ Nu zegt u waarschijnlijk: “en?” Jezus zegt het duidelijker: “Bemin God en de naaste gelijk jezelf.” Waarom ik het toch even opvoer, is het volgende.
In de Bijbel staat niets er zomaar en op die plaats. De tekst uit Leviticus is hoofdstuk 19,17-18 en dat zijn precies de middelste woorden van de Thora, de vijf boeken van Mozes, de boeken waarin God zich openbaart aan Mozes en aan ons. Het middelpunt en de kern van het boek is liefhebben van jezelf en je naaste, omdat God onze God is. De kern van de Bijbel is liefhebben, beminnen. Daarmee is het ook de grootste uitdaging van ons gelovig leven. God liefhebben en de ander liefhebben kunnen we pas als we onszelf liefhebben als de ander en dan hebben we nog wel iets in te halen. Je mag ambitieus zijn en aan je carrière werken - en dat doen we dan ook massaal - maar jezelf liefhebben is eng en kleffig, toch? Maar juist door het-je-eigen-maken niet te leren, ontstaan er acties als #metoo. U weet wel, die golf van verontwaardiging die over de wereld gaat, omdat vrouwen en mannen nu pas, in 2017, hun verhaal durven te doen over seksuele intimidatie en wat dies meer zij om een baan of opdracht te krijgen. Het is terechte aandacht, hoewel we dan ook mee moeten nemen dat jonge meisjes in Noord Nigeria gekidnapt worden en als seksslavinnen verder door het leven gaan. Als we aandacht vragen voor een soort eigendomsrecht wat mannen denken te kunnen claimen, laten we dan het plaatje ook volledig maken. Juist mannen vinden het, denk ik, eng zichzelf lief te hebben en verwarren liefde nog weleens met seksualiteit dat niets met beminnen te maken heeft.

De plaatjes en beelden van Jezus zijn over het algemeen wat aan de zoetige kant, waardoor we dreigen te vergeten, dat Hij onvoorwaardelijk is in zijn liefde en beminnen van zijn Vader en van ons. Misschien heeft men Hem daarom verspeend van elk macho-uitstraling, vrij seksloos uitgebeeld. Maar beminnen maakt geen doetjes, we worden er geen watjes van. Beminnen vraagt om de grote uitdaging van binnenuit te willen veranderen. Het vraagt om het afbreken van manbeelden en mensbeelden die ons eeuwen zijn opgelegd.

Mijn hersenen moeten niet aan het woord komen, want dat gaat het over woorden als macht, overheersing, ratio en nog veel meer. Mijn hart moet gaan spreken. Dat is een onvoorwaardelijk appèl en daar is met Jezus niet over te onderhandelen. Hij is daar keihard in en zonder komt Hij niet van de onderhandelingstafel van Rutte III weg.

Af en toe gaat mijn fantasie wel eens met me aan de haal. Ik ben 10 dagen geleden begonnen het regeerakkoord te lezen. Als u last hebt van slapeloosheid  raad ik dat u aan. Ná twee bladzijden vallen je ogen vanzelf dicht. Ik ben dan ook niet verder gekomen dan bladzijde 5. Er is niet doorheen te komen. Er staat namelijk niets in wat echt pakkend is. Mijn fantasie was: ‘als men nu gewoon de Bergrede uit het evangelie van Matteüs als uitgangspunt had genomen, was er iets uitgekomen dat lees- en haalbaar was; dan zou het over zorg voor mensen zijn gegaan. Al waren de onderhandelaars maar aan Jezus voeten gaan zitten om er naar Hem te luisteren en om van daaruit deze titanenklus aan te vatten. Zo gek was mijn fantasie niet. Ik spraak een prominent politicus die bij Balkenende III al had voorgesteld om de Bergrede als uitgangspunt te nemen voor het regeerakkoord en hij vertegenwoordigt geen christelijke partij. 

Twee van de vier partijen zijn christelijk. Het woord beminnen komt niet voor. Nu kan ik me voorstellen, dat het geen politiek jargon is. Maar medemens komt er ook niet in voor en dat vind ik wel heel schrijnend. Het gaat veel over geld en kwaliteit, maar er is nog geen paragraaf gewijd over:
- de inrichting van onze samenleving en over waar het er over had kunnen gaan;
- menswaardig leven in verpleeghuizen denkt men af te kunnen kopen met 2 miljard;
- stervenshulp en euthanasie zijn voor vier jaar bevroren en in de ijskast geplaatst alsook discutabele medische experimenten.
Houd mij ten goede: ik spreek alleen maar uit dat we de werkelijke problemen die over medemenselijkheid uit de weg gaan. En als er vragen over worden gesteld, komen er weer zoveel miljoenen op tafel. We kopen het af. Het is schraalheid ten top.

En dat is nu juist wat zo haaks staat op het beminnen. We kopen het beminnen af door zwijggeld te betalen als iemand is betast en zo bekennen we geen kleur. We spreken elkaar er ook niet op aan, omdat we onszelf er niet eens op aanspreken. Iemand eens lekker instoppen in een verzorgingshuis, zo’n piepklein flitsje van beminnen denken we met robots te kunnen vervangen. Weliswaar loopt niemand meer naakt rond, omdat we de Bergrede hierin wel hebben gevolgd: ‘Kleed de naaste.’ Maar is het liefdevol gebeurd, is het uit barmhartigheid of was het de schaamte om de naaktheid te zien die snel moest worden weggewerkt. De werkelijke naakte krijgt geen plaats in de samenleving en verblijft ook deze winter weer onder zeildoeken, en het kinderpardon is verkwanseld. Kunt u het zich voorstellen?  De christelijke partijen hebben zich niet laten bewegen door een kinderpardon. Voor beminnen was er geen plaats.
Als we nu eens zonder bijbedoelingen elkaar vastpakken vanuit het diepe verlangen van bemind willen worden en te beminnen, en een kring rond de armen van geest vormen, dan verandert het wezenlijk. Het kan. Ik maak het mee op bijeenkomsten waar mensen los proberen te komen van hun obsessies. Aan het eind slaat men de armen om elkaars schouders of men geeft elkaar de hand en men bidt: ‘God help me te veranderen wat ikzelf niet kan veranderen.’
Zij zijn de armen van geest, en hebben ingezien hoe belangrijk beminnen is en er voor elkaar te zijn.

1e lezing: Exodus 22,20-26; 2e lezing: 1Tess. 1,5c-10;  evangelie: Matteüs 22,34-40
De evangelietekst uit de Willibrordvertaling 1978:
Toen de farizeeën hoorden dat Jezus de sadduceeën tot zwijgen had gebracht, kwamen ze bij elkaar en een van hen, een wetgeleerde, vroeg om Hem op de proef te stellen: `Meester, wat is het grootste gebod in de wet?' Jezus zei hem: ` U zult de Heer uw God liefhebben met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand . Dat is het grootste en eerste gebod. Het tweede is daaraan gelijk: U zult uw naaste liefhebben als uzelf . Aan deze twee geboden hangen heel de Wet en de Profeten.'

deel dit artikel


Meer interessante pagina's