Proces van intreden

Een diep verlangen naar God is een voorwaarde voor intreding. Daarna begint een proces van verdere groei en vorming.

Het monniksleven: God zoeken en vinden

Het monniksleven: God zoeken en vinden

Wie het kloosterleven als roeping heeft, is op Abdij Onze Lieve Vrouw van Koningshoeven van harte welkom. Het verheugt ons dat wij mensen in ons midden kunnen opnemen, die een diep verlangen hebben naar God en openstaan voor een ontmoeting met Hem, anderen en de natuur. En die ‘ja’ zeggen tegen onze kloostergemeenschap.

Opgaan in onze gemeenschap is een proces van jaren. Er gaat een lange periode van bezinnen, ervaren en voorbereiden vooraf. Ook binnen de muren van onze abdij volgt een intensief traject van vorming en groei.

Het profiel van een aspirant-monnik

De belangrijkste voorwaarde om monnik te worden, is een diep verlangen om God te zoeken in het gemeenschapsleven van ons klooster. Een speciale studie of vooropleiding voor het trappistenleven is niet nodig. Ook is er geen leeftijdsgrens. Wel moeten kandidaten:

  • rooms-katholiek zijn of bereid zijn dat te worden
  • ongehuwd zijn
  • geen financiële verplichtingen hebben
  • psychisch en fysiek in redelijke conditie verkeren

Intreden in vijf stappen

De weg naar volledige opname in de abdijgemeenschap verloopt op Abdij Koningshoeven in vijf fasen.

Fase 1: oriënteren
Met oriënterende gesprekken komen de kandidaat en wij er samen achter of de aspirant-monnik voldoende gemotiveerd is en of hij het kloosterleven geestelijk en lichamelijk aan kan. Aan het eind van deze fase bepaalt de leiding van de abdij een datum van 'intrede'.

Fase 2: het postulaat
Eenmaal ingetreden, leeft de kandidaat minimaal een half jaar met de gemeenschap mee. Doel: vertrouwd raken met het ritme van ons leven. Deze periode heet 'postulaat'.

 Fase 3: de inkleding en het noviciaat
Besluiten we samen om verder te gaan, dan vindt de 'inkleding' plaats. De postulant ontvangt hierbij het habijt. Dat is het startpunt van een proeftijd van twee jaar: het noviciaat. Onder begeleiding van een novicenmeester begint hij als novice aan zijn vorming tot monnik. Hij krijgt een basisopleiding over de kernthema's van het kloosterleven, over de spiritualiteit en de geschiedenis van onze orde.

 Fase 4: Tijdelijke geloften
Na het noviciaat vraagt de novice om toelating. Daarbij legt hij de 'tijdelijke geloften' af. Dat zijn er drie. Hij belooft:

  1. stabiliteit (en zich te binden aan de kloostergemeenschap);
  2. gehoorzaamheid (aan God, de abt en zijn medebroeders);
  3. monastiek levensgedrag (het leiden van een sober, oprecht, zwijgzaam, zuiver en celibatair leven).

De kloostergemeenschap stemt over de toelating. De novice mag door als een meerderheid vóór stemt. Is de novice toegelaten tot de tijdelijke geloften, dan volgt nog eens een periode van minstens drie jaar van verdere vorming. Hij verricht lichte werkzaamheden en draagt enkele verantwoordelijkheden. Op Koningshoeven is het gebruikelijk dat de novice in deze periode elk jaar opnieuw de tijdelijke geloften aflegt.

Fase 5: de eeuwige geloften
Verloopt deze periode van verdere vorming naar tevredenheid van beide partijen, dan is de tijd rijp voor definitieve toelating in ons midden. De kandidaat vraagt om te worden opgenomen en belooft hierbij hetzelfde als bij de tijdelijke geloften, maar nu voor de duur van het leven: de eeuwige geloften (de grote professie).

deel dit artikel