|
(de preken worden door verschillende broeders in de abdij verzorgd)
Preek van 29 januari 2012
4e zondag door het jaar
Het Marcusevangelie waaruit we dit jaar voorlezen, beschouwt men reeds lange tijd als het oudste evangelie.
Bijbelkenners kunnen ons bovendien aantonen dat dit de basis vormde waarop Matteüs en Lucas twintig jaar later hun evangelie hebben gebouwd. Het is tegelijk ook het kortste en het meest directe. En dat valt reeds op bij het begin wanneer Marcus zonder inleiding of aanloop meteen de kern duidt waarom het gaat. "Begin van de goede boodschap van Jezus Christus, Zoon van God", zo luidt het allereerste vers. In een hoog tempo beschrijft Marcus vervolgens hoe Jezus' optreden in de synagoge te Kafarnaüm aanvangt. We vernemen niet meteen wat Hij zegt maar wel wat Hij dóet. En daarmee manifesteert Hij dat het Rijk van God op handen is. Dit wekt bij zijn toehoorders verbazing, verwondering en instemming op. Deze doodgewone mensen uit Galilea herkennen in Hem wat hen ten diepste bezighoudt. Jezus raakt een gevoelige levenssnaar aan.
In de evangelieperikoop die we zojuist gelezen hebben, vernamen we echter niet wat Hij precies gezegd heeft. Marcus vertelt ons integendeel dat Jezus aan het begin gedáán heeft. Hij bevrijdt iemand uit de greep van een boze geest. Niet toevallig, want hiermee opent de rij van 'machtige daden' en wordt het meteen en directe confrontatie tussen het Rijk van God en het rijk van de Boze. Jezus gebruikt geen hocus pocus, geen magie of ritueel maar geeft een direct, kort en heftig bevel. Eén woord is voldoend: "Hou je mond en ga er uit." Ook de eerste opdracht die Hij zijn leerlingen geeft is precies: "de macht over onreine geesten" (Mc. 6,7). Wanneer Marcus deze machtsdaad in zijn evangelie voorop plaatst, wil hij zeggen dat Jezus’ eerste en voornaamste bekommernis is mensen te genezen en te bevrijden van kwalijke machten en daarmee ruimte vrij te maken voor het komen van God. Anders gezegd: Jezus bevrijdt mensen opdat ze opnieuw zichzelf zouden worden: de mens als beeld en gelijkend op God. De unieke persoon zoals God die zich reeds ver vóór de geboorte gedroomd heeft. Jezus staat daarmee heel dicht bij de mensen die het moeilijk hebben, die lijden, er onderdoor dreigen te gaan. Humaniteit is de grond van zijn handelen en precies daarin wordt Gods menslievendheid zichtbaar.
Van Jezus moet een ontzettende kracht zijn uitgegaan. Getuige de uitzinnige verbazing van de mensen want Hij sprak tot hen "als iemand met gezag". Hij vertelt hen over het Rijk van God, over de wereld dus zoals God die bedoeld heeft. Een wereld waarin mensen zichzelf kunnen zijn, waarin mensen ook bereid zijn zichzelf te wórden om zo te beantwoorden aan wat God met hun leven bedoeld heeft. Jezus vertelt over dit Rijk en toont zijn toehoorders dat dit Rijk er al is. En dan komt daar die ordeverstoorder, een bezetene, misschien is het de dorpsgek. Jezus gaat naar hem toe en brengt deze man tot zichzelf. Daarmee doet Jezus wat Hij verkondigt en toont Hij dat zijn woord gezag heeft. Dat maakt Hem precies tot profeet, tot Messias, tot Zoon van God. Wij praten vandaag niet zo gemakkelijk meer over bezetenheid. We hebben het eerder over iemand die gek doet, een of andere obsessie heeft. We kennen en zien mensen die zichzelf niet zijn. Hun spreken en handelen is een façade, een beschermlaag waarachter ze zich schuil houden. In het rijk van God kán het volgens Jezus' optreden niet dat mensen zichzelf niet zijn. Hij preekt bekering, bevrijding, verlossing en schenkt dit ook aan mensen. Ook al zijn wij niet in staat en zeker niet deskundig om mensen te bevrijden van hun kwaal, ook al zijn we zeker niet in staat om eerst onszelf te bevrijden van de vele, blinde vlekken die ons in hun greep houden en ons tot slaaf maken van duistere machten, toch kunnen wij als volgelingen van Jezus één genezende kracht in ons ontwikkelen: de bevrijdende kracht met name van de liefde.
Veel ziekten vinden hun oorsprong niet zozeer in lichamelijke kwalen, maar in een geestelijk tekort, in gebrek aan zorg, aan aandacht. In gebrek aan veiligheid en aanvaarding. Dit gebrek kan een mens werkelijk ziek maken en zodanig bezit iemand nemen dat een mens niet in staat is normaal te functioneren. De grootste genezende kracht gaat vaak niet uit van mooie woorden of passende medicijnen maar van kleine, bijna onopvallende daden van liefde. Mensen die met hun leven getuigden van deze goddelijke kracht kennen we bij name. Jezus, dé mens bij uitstek, heeft dit met heel zijn léven getoond. Daarom noemen we hem ook de Mensenzoon. Pas aan het kruis, het dieptepunt van zijn leven maar tegelijk het hoogtepunt van zijn liefde, bekende de ongelovige honderdman: "Waarlijk, deze mens was Gods Zoon." Dat is het wat Jezus met zijn leven aan ons leert. Ook vandaag nog.
eerste lezing: Deuteronomium 18,15 - 20; tweede lezing: 1 Korintiërs 7,32 - 35; evangelie: Marcus 1,21 - 28.
De evangelietekst uit de Willibrordvertaling 1978:
In die tijd kwamen Jezus en zijn leerlingen in Kafarnaüm, en op de eerstvolgende sabbat ging Hij naar de synagoge waar Hij als leraar optrad. De mensen waren buiten zichzelf van verbazing over zijn leer, want Hij onderrichtte hen niet zoals de schriftgeleerden maar als iemand die gezag bezit. Er bevond zich in hun synagoge juist een man die in de macht was van een onreine geest en luid begon te schreeuwen: "Jezus van Nazareth, wat hebt Gij met ons te maken? Ge zijt gekomen om ons in het verderf te storten. Ik weet wie Gij zijt: de Heilige Gods." Jezus voegde hem toe: "Zwijg stil en ga uit hem weg." De onreine geest schudde hem heen en weer, gaf nog een luide schreeuw en ging uit hem weg. Allen stonden zó verbaasd dat ze onder elkaar vroegen: "Wat betekent dat toch? Een nieuwe leer met gezag! Hij geeft bevel aan de onreine geesten en ze gehoorzamen Hem." Snel verspreidde zijn faam zich naar alle kanten over heel de streek van Galilea.
|