Nederlands | Français | English | Deutsch  
RSS feedTwitterTwitter

Preek van de week

(de preken worden door verschillende broeders in de abdij verzorgd)

 

 

 

 

 

Preek-archief

 

 

Preek van 26 oktober 2014
30e zondag door het jaar

Broeders en zusters. De FarizeeŽn en schriftgeleerden proberen Jezus steeds in de val te lokken met allerlei strikvragen.

 

Maar het lukte hen nooit. Telkens wist Hij handig er van te ontwijken of hen de mond te snoeren. Vorige zondag lokten de FarizeeŽn Hem in het dilemma van de belastingbetaling. Daarna kwamen de SadduceeŽn met de vraag over de verrijzenis. En vandaag komen opnieuw de FarizeeŽn met de vraag over het voornaamste gebod. Alweer is Jezus de winnaar.

Jezus antwoordt door niet ťťn, maar twee centrale punten te noemen, waarin ze gelijkwaardig zijn aan elkaar. De goede relatie met God en de goede relatie met de naaste. Deze twee geboden vormen samen een groot en onafscheidelijk gebod. Eerbied voor God en respect voor de mens. Beide worden mede bepaald door beminnen. Wanneer het om God gaat, dan is het beminnen met heel ons hart, heel onze ziel, heel ons verstand. Wanneer het om elkaar gaat, dan is het de naaste beminnen als jezelf. Twee parallelle lijnen, die nooit los van elkaar zijn. In twee zinnen legt Jezus de boodschap van Zijn Vader uit: "Van God houden en van mensen als van jezelf."

Liefde voor God en onachtzaamheid voor de mens kunnen niet samengaan. Willen we christen zijn, dan moeten we dat ene gebod tot het onze maken en er naar leven, zoals Jezus ons heeft voorgeleefd. Jezus stelt in zijn tweede gebod, dat gelijkwaardig is aan het eerste, heel duidelijk: "Bemin uw naaste als u zelf." Die naaste, dat zijn in de eerste plaats mensen met wie we dagelijks omgaan. Zij zijn het van wie wij de meest naaste zijn. We mogen onszelf afvragen of we we inderdaad zo vrijgevig zijn in ons doen en laten, in ons spreken en in ons handelen tegenover hen. Misschien zijn we helemaal niet vrijgevig tegenover hen in hun nood. Wellicht gedragen we ons helemaal niet zo christelijk, als we dat wel zouden moeten doen. Misschien beperken we ons geloof te veel tot bidden, naar de mis komen, een kaarsje branden en op bedevaart gaan. Dat is allemaal heel goed en noodzakelijk, want het is een invulling van het eerste gebod dat Jezus ons geeft: "Bemin God met geheel uw hart en geheel uw ziel." We mogen ook het tweede gebod niet vergeten: "Bemin uw naaste als u zelf." En Jezus ging werkelijk met iedereen om. Nooit sloot Hij iemand uit. Voor iedereen had Hij aandacht en een goed woord. Vorige week hoorden we: "Geef aan de keizer wat aan de keizer toekomt, en geef aan God wat aan God toekomt." Vandaag horen we hetzelfde, zij het met andere woorden: Aan iedereen geven wat iemand toekomt: liefde, respect, zachtmoedigheid.

Het concrete leven vraagt nu eenmaal dat er bepaalde momenten zijn waarin wij eens de ene dimensie, het gebed, en daarna weer de andere dimensie, onze betrokkenheid of behulpzaamheid aan de naaste, op een meer intense manier beleven. Er moet een zeker evenwicht zijn tussen deze twee momenten. De liefde tot God staat niet tegenover de liefde tot de naaste. Ze zijn eerder als de twee zijden van hetzelfde ideaal. Er bestaat geen echte liefde tot God, zonder concrete daad aan de naaste. De liefde tot de mensen is niet te scheiden van de liefde tot God. Onze liefde tot God moet de bron blijven van onze liefde tot de naasten. En onze betrokkenheid met de naasten, onze dienstbare inzet brengt ons tot aanbidding en gebed. Ja, een gebed over wat er in onze dagelijks leven gebeurd is, en hoe God daarin liefdevol aanwezig is. Dan staan wij niet veraf van het Rijk Gods.

eerste lezing: Exodus 22,20 - 26; tweede lezing: I Tessalonicenzen 1,5c - 10 ; evangelie: MatteŁs 22,34 - 40.
De evangelietekst uit de Willibrordvertaling 1978:
In die tijd kwamen de FarizeeŽn bijeen, toen zij vernamen dat Jezus de SadduceeŽn de mond gesnoerd had. En een van hen, een wetgeleerde, vroeg Jezus om Hem op de proef te stellen: "Meester, wat is het voornaamste gebod in de Wet?" Hij antwoordde hem: "Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand. Dit is het voornaamste en eerste gebod. Het tweede, daarmee gelijkwaardig: Gij zult uw naaste beminnen als uzelf. Aan deze twee geboden hangt heel de Wet en de Profeten."