Nederlands | Français | English | Deutsch  
RSS feedTwitterTwitter

Preek van de week

(de preken worden door verschillende broeders in de abdij verzorgd)

 

 

 

 

 

Preek-archief

 

 

Preek van 24 augustus 2014
21e zondag door het jaar

Broeders en zusters. Het is niet eenvoudig er achter te komen wat Jezus met zijn vraag precies bedoelt. Wie is volgens de opvatting van de mensen de Mensenzoon?

 

Hij is zoon van God, dat staat buiten kijf. Dan lijkt het me dat je het niet nodig hebt te weten wat de mensen van je vinden. Worstelt Jezus nu met een identiteitscrisis en vraagt Hij zich eigenlijk af wie Hij zelf is? De Mensenzoon komt menigmaal voor in het Nieuwe Testament. Het verwijst direct naar Jezus, het komt uit zijn mond. In het evangelie van vanmorgen kunnen we een link leggen met de Mensenzoon uit het boek DaniŽl. En een soortgelijke aanspreektitel komt voor bij de profeet EzechiŽl, maar dan in de benaming Mensenkind. Beide boeken staan bekend om hun apocalyptische schrijftrant, dat wil zeggen: de mensheid lijkt zich te bevinden in een uitzichtloze positie en krimpt als het ware ineen. Men weet niet meer hoe men verder moet, verlamd van angst en dan is er opeens uitkomst, breekt er onverwacht een zonnestraal door en worden we verwarmd en krijgen we nieuw zicht op de toekomst. Daarnaast komen we ook de term 'Zoon van God' tegen. Deze term wordt ook wel voor mensen gebruikt als ook kinderen van God, want dat zijn we. In het christendom heeft de werkelijkheid zich uitgezuiverd in de goddelijke Drie-eenheid: Vader , Zoon en Geest.

Wij leven in diezelfde bijbelse tijd. Het verhaal gaat door ook nadat de samenstelling van de bijbel is vastgesteld en er geen tittel of jota mocht worden veranderd. Wat we momenteel in Irak zien roept bij mij bijbelse taferelen op. Een grote groep mensen, Jezidi's geheten. In de woestijn, bovenop een berg schreeuwen mensen met een andere, eeuwenoude godsdienst de wereld in: help ons toch, we worden vermoord, eigenlijk zijn ze verworden in de ogen van andere mensen tot slachtvee. En wie raakt het 't meest: vrouwen en kinderen. Soennieten en sjiieten vechten elkaar de tent uit. In een paar jaar tijd zijn er meer dan 300.000 christenen vermoord en men is opnieuw begonnen en dan roept de premier nog: christenen; verlaat het land niet.

Het sinds lange tijd niet zo'n hete zomer geweest en dan heb ik het over het de temperatuur, maar over het heetst van de strijd. De vrouwen en kinderen van Gaza zijn het slachtoffer; waarom scholen bombarderen, terwijl je tunnels wilt opruimen. Waarom hulpkonvooien naar de OekraÔne sturen terwijl de vrachtwagens grotendeels leeg zijn. Waarom een vliegtuig met onschuldige mensen uit de lucht schieten. In die hete zomer van conflicten lijkt de koude oorlog weer terug. Deelt u met mij ook dat grenzeloze gevoel van machteloosheid. Mensen die elkaar afslachten, want daar gaat het om. Het heeft niets met godsdienst of gelovig verstaan te maken. Het gaat op alle fronten tegen Gods bedoeling met de mens in. Het druist tegen alles in wat Jezus ons heeft geleerd over rechtvaardigheid, vrede en naastenliefde. De politieke leiders dreigen hun menselijke waardigheid te verliezen door een soort kat-en-muisspel te spelen. 2000 jaar christendom, een veel ouder jodendom en een jongere islam lukt het niet om hun opdracht hier op aarde te volbrengen, leven als broeders en zusters met elkaar. Ons spiegelen aan wat ons bindt en wat we belijden: God die barmhartigheid is.

Jezus zegt vanmorgen: "Op Petrus, de steenrots, wil ik mijn kerken bouwen en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen." Daar probeer ik mij aan vast te klampen, aan die steenrots, maar het voelt zo als drijfzand, als een moeras waar we in weg dreigen te zakken. We zijn aan het ontbinden, terwijl we verbinding nodig hebben. Dat doet Jezus vanmorgen wel. Hij verbindt het Oude geloof van IsraŽl met een nieuw elan, wat later christendom zal worden genoemd. De mensen spiegelen Hem aan Elia en Jeremia omdat die tot hun referentiekader behoren, en ook tot dat van Jezus zelf. Maar Hij wil laten zien dat het daar niet stopt. Hij laat doorschemeren dat vernieuwing gepaard gaat met onderdrukking en pijn, alleen door zijn dood op het kruis kan dat gestalte krijgen. Hij waarschuwt tijdens het aardse leven wel, dat het na zijn dood en verrijzenis niet makkelijk zal zijn, dat er vervolging en onderdrukking zal zijn. Maar dat het ook in de macht van mensen ligt om daar verandering in te brengen. In de kern van zijn boodschap geeft Jezus ons twee geboden mee. God te beminnen en de naaste als jezelf. Dat houdt veel in. Want het gaat om alle naasten in de wereld. We kunnen de spiralen van geweld op dit moment niet doorbreken. We kunnen wel als christengemeenschap laten zien dat het anders kan en de wapens van Jezus Christus tonen: geweldloosheid tegenover geweld; liefde tegenover haat; barmhartigheid tegenover onrechtvaardigheid. Het is ook onze plicht om dat voor te leven in de praktijk van alle dag. Als we ons hulpeloos voelen en denken verlamd te worden, dan mag dat niet leiden tot een antwoord als: "Het zal wel." Nee, de enige manier om die machteloosheid te doorbreken is Jezus te volgen op de weg die Hij ons heeft getoond en dat begint in ons eigen hart. Vrede kunnen we niet halen op de hoek van de straat. Het moet uit onszelf komen en vanuit ons hart zichtbaar worden in wie wij zijn en hoe wij handelen, opdat de barmhartigheid van God, de troost van de Geest en de liefde van Jezus tot eenheid leidt en ons weer gaat verbinden.

eerste lezing: Jesaja 22,19 - 23; tweede lezing: Romeinen 11,33 - 36; evangelie: MatteŁs 16,13 - 20.
De evangelietekst uit de Willibrordvertaling 1978:
In die tijd kwam Jezus in de streek van Caesarea van Filippus en Hij stelde zijn leerlingen deze vraag: "Wie is, volgens de opvatting van de mensen, de Mensenzoon?" Zij antwoordden: "Sommigen zeggen Johannes de Doper, anderen Elia, weer anderen Jeremia of een van de profeten." "Maar gij - sprak Hij tot hen -, wie zegt gij dat Ik ben?" Simon Petrus antwoordde: "Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God." Jezus hernam: "Zalig zijt gij, Simon, zoon van Jona, want niet vlees en bloed hebben u dit geopenbaard maar mijn Vader die in de hemel is. Op mijn beurt zeg Ik u: Gij zijt Petrus; en op deze steenrots zal Ik mijn kerk bouwen en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen. Ik zal u de sleutels geven van het Rijk der hemelen en wat gij zult binden op aarde zal ook in de hemel gebonden zijn, en wat gij zult ontbinden op aarde zal ook in de hemel ontbonden zijn." Daarop verbood Hij zijn leerlingen nadrukkelijk iemand te zeggen, dat Hij de Christus was.