Nederlands | Français | English | Deutsch  
RSS feed

 

 


(de preken worden door verschillende broeders in de abdij verzorgd)

 

 

 

 

 

Preek-archief

 

 

Preek van 29 augustus 2010
22e zondag door het jaar

In het evangelie van vandaag wordt Jezus uitgenodigd door één van de voornaamste Farizeeën. En nu, in deze viering, nodigt Jezus ons uit voor de maaltijd van het leven, waarvan de eucharistie een symbool is.

 

Waarom maken de genodigden in dit evangelieverhaal zich zo druk om de voornaamste plaatsen aan tafel? De laatste plaatsen zijn toch vaak leuker, plezieriger en zelfs misschien de gezelligste! Want daar kun je zijn wie je bent. Je hoeft er geen rol te spelen. Je functie, je geld of je relatie zijn op die plekken niet meer belangrijk. Daar ben je gewoon 'jij' en niet anders. Je kunt daar juist praten van hart tot hart. Daar heb je ook meer kans op warmte en menselijkheid. De plaatsen aan het eind van de tafel zijn dikwijls de meest menselijke. Daar komt de mens het beste tot zijn recht.

Als je dicht voorname, invloedrijke personen zit, kan het betekenen dat je de hele maaltijd lang goed op alles letten. Bovendien: positie, status of rangorde en dergelijke scheppen vaak een zekere afstand tussen ons. Daarmee wil ik ook weer niet zeggen dat de eerste plaatsen minder belangrijk zijn. Zelfs weet ik goed dat deze positie een beloning kan zijn voor je prestatie.

Volgens de eerste lezing is enkel de nederige mens waarachtig. Hij is groot in de ogen van God. Het bijbelboek Wijsheid van Jezus Sirach heeft een groot aantal levenswijsheden bij elkaar gezet. De wijsheden spreken voor zich, namelijk dat bescheidenheid meer gewaardeerd wordt dan hoogmoed, zowel door mensen als door God. Dit onderwerp wordt nog verder uiteengezet in de derde lezing. Daar horen we hoe Jezus van wijsheid getuigt in twee leerpunten. Eén voor de gasten en één voor de gastheer. De gasten krijgen te horen dat mensen bescheidenheid meer waarderen dan trots. Je kunt beter, als genodigde, door de gastheer belangrijk gevonden worden, dan dat je jezelf belangrijk vindt. Daarmee wil Jezus ons de juiste levenshouding aan leren, wanneer je door iemand uitgenodigd wordt. Aangezien dat het feest op de sabbatdag wordt gehouden - dat is de dag van God - is het nog beter op die dag belangrijk de eer van God voor ogen te houden en niet je eigen eer.

Voor de gastheer zelf geeft Jezus weer een apart leerpunt, een eigen levenswijsheid. Wie op sabbat armen, gebrekkigen, kreupelen en blinden of zieken zou uitnodigen, doet het goed! Dit is een teken van barmhartigheid, zoals ook God zelf zich het lot van de armen en zieken aantrekt. En wat mensen niet vergelden zal later ook God niet vergelden. Op die manier heb je meer perspectief in je dagelijks leven, meer zin en vreugde. Jezus spreekt niet alleen mooie woorden, maar heel van zijn leven is al een duidelijk teken en bewijs ervan. Jezus weet als een wijze mens dat hij afhankelijk is van Gods genade. Wij, als gewone mens, moeten toch ook weten dat wij nog meer niet weten en dat wij des te meer afhankelijk van Gods genade zijn.

Wij kunnen onze plaats niet verdienen. Door God worden wij uitgenodigd, niet omdat wij zo goed zijn, maar omdat Hij ons liefheeft. De waarde van een mens wordt niet bepaald door wat hij kan of wat hij heeft - rijkdom en status - maar alleen door wat hij voor God is. Voor God heeft elke mens dezelfde waarde. De doop heeft ons allen met Christus verenigd en door het geloof zijn we allemaal Gods kinderen.

Bescheidenheid wordt meer gewaardeerd dan trots en hoogmoed, zowel bij mensen als bij God. Dat vindt Jezus ook. Hij leeft uit deze wijsheid en plaatst zijn hele optreden in het perspectief van de eeuwigheid. Wij hopen dat de sabbat, of zondag, als de dag van God ons uiteindelijk kan leiden tot dit hetzelfde besef. In ons denken en doen zouden we meer gericht moeten zijn op de eer van God en minder op eigen eer. Wees niet eerzuchtig, niet als gast en evenmin als gastheer. God zelf stelt zijn eer in weldoen aan armen en gebrekkigen, die het meest hulp nodig hebben. Mogen wij ook zo zijn.

eerste lezing: Wijsheid van Jezus Sirach 3,17 - 18.20.28 - 29; tweede lezing: Hebreeën 12,18 - 19.22 - 24a; evangelie: Lucas 14,1.7 - 14.
De evangelietekst uit de Willibrordvertaling 1978:
Toen Jezus op een sabbat het huis van een van de voornaamste Farizeeën binnenging om er de maaltijd te gebruiken, hielden zij Hem voortdurend in het oog. Daar Hij opmerkte hoe de genodigden de voornaamste plaatsen aan tafel uitzochten, hield Hij hun de volgende gelijkenis voor: "Wanneer gij door iemand op een bruiloft wordt genodigd, ga dan niet aanliggen op de voornaamste plaats. Het zou kunnen zijn dat er door uw gastheer iemand is uitgenodigd die voornamer is dan gij, en dat degene die u en hem genodigd heeft u komt zeggen: Sta uw plaats aan hem af. Dan zoudt ge vol schaamte de minste plaats moeten innemen. Maar wanneer ge ergens genodigd wordt, ga dan op de minste plaats aanliggen. Als degene die u heeft uitgenodigd dan komt zal hij u zeggen: Vriend, ga wat hoger op. Zo zal u eer te beurt vallen in het oog van allen die met u aanliggen. Want al wie zichzelf verheft zal vernederd en wie zichzelf vernedert zal verheven worden."
En Jezus zei ook nog, nu tot zijn gastheer: "Wanneer gij een middag- of avondmaal geeft, nodig dan niet uw vrienden, broers en bloedverwanten uit en ook geen rijke buren. Het zou kunnen zijn dat zij op hun beurt u uitnodigen en dat gij het dus terugkrijgt. Maar als ge een gastmaal geeft, nodig dan armen, gebrekkigen, kreupelen en blinden uit. Gelukkig zult ge zijn omdat zij het u niet kunnen vergelden. Het zal u vergolden worden bij de opstanding van de rechtvaardigen."

 

 

 

      print     e-mail