Nederlands | Français | English | Deutsch  
RSS feedTwitterTwitter

Preek van de week

(de preken worden door verschillende broeders in de abdij verzorgd)

 

 

 

 

 

Preek-archief

 

 

Preek van 11 juli 2010
Hoogfeest H. Benedictus

Broeders en zusters, op het hoogfeest van de Heilige Benedictus en dan ook nog vierend het 25e jarig professiefeest van onze broeder Thomas is het een vreugde als je mag preken

 

over dienen. Want zo mogen we het centrale woord in het evangelie van vanmorgen toch wel markeren: dienen.
“Dan hoef ik niet veel meer te doen”, dacht ik in eerste instantie, want ik sloeg een managementboek open en al heel snel kwam ik de zin tegen: ‘een dienend leider herken je aan de mensen om hem heen: die groeien’. Dienend leiderschap is helemaal in of cool of hip of welk woord we er in ons tegenwoordig vocabulaire ook voor willen gebruiken.
Een dienend leider laat zijn mensen groeien, tot volle wasdom komen. Jezus zou het zelf ook zo hebben kunnen zeggen. En zo zouden we eigenlijk wat preek betreft klaar zijn vanmorgen.

Dit gaan we volgen: andere mensen laten groeien. Was het maar zo eenvoudig, dan hadden we het met elkaar allang gevonden en zag de wereld er anders uit. Onze persoonlijke groei zit ons danig in de weg als we anderen willen laten groeien. En ik kan u verzekeren, dat het in het bedrijfsleven ook niet zo werkt. Eergisteren interviewde een dame mij in het kader van het schrijven van een boek over spiritueel leiderschap. ‘Dienend leiderschap’ was een thema in de vele gesprekken die zij al met leiders had gevoerd. “Het stond hoog in het vaandel bij menigeen, maar tegelijk”, vertelde zij mij, “werkte het voor geen meter. Iedereen is drukker met zijn eigen carričre en toekomstplannen”.

Laten we wat gerichter en dan Bijbels kijken naar het woord dienen. Gelijk valt op dat door alle geschriften in het Oude Testament heen dienen voortdurend in verband wordt gebracht met liturgie. Sterker nog: hetzelfde woord wordt gebruikt. In die zin komt het altijd voor in relatie tot … bijvoorbeeld: ‘het dienen in de Tempel, het dienstbaar zijn tot God’. Dienstbaarheid vertaalt zich in ‘lofprijzen’ en ‘offeren’. Daar hebben we onze eigentijdse vormen voor gevonden onder andere in de eucharistie, waarin we beide doen.

In het Nieuwe Testament zien we een duidelijk accentverschuiving. Daarin springt naar voren, dat het vooral Christus is die zich naar twee kanten dienstbaar opstelt: de Vader en de Zoon.
De Oudtestamentische meer liturgische dienstbaarheid wordt gegoten in een menselijke vorm. Het is niet voor niets dat Jezus wordt aangeduid als diaken. En dat is anders en meer, want een diaken dient niet alleen in woorden, maar vooral in ‘woord en daad’. Deze twee begrippen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en kunnen niet los van elkaar worden gelezen. Een diaken zet goede woorden om in daden van barmhartigheid.

Als we in het woord blijven hangen en we voeren het niet uit dan wordt het tot gebabbel of zinloos gepraat. Jezus waarschuwt daar vanmorgen zo duidelijk voor: ‘koningen die zich weldoeners laten noemen’. Zij meten zich dat imago aan, maar zijn het werkelijk dienaren? Hetzelfde kunnen we zeggen van de moderne leiderschapstijl die ik geprobeerd heb te schetsen. Het lijkt mooi, maar als het niet terug is te vinden op de werkvloer is het een loze kreet geworden. Hetzelfde kunnen we ook zeggen van de kerk. We weten dat we een dienende gemeenschap moeten zijn, een dienstbaarheid die in daden van barmhartigheid herkenbaar moet zijn. Juist in onze tijd moeten we erkennen dat het zo vaak heeft gefaald. Macht en persoonlijk gewin hebben op vele fronten de dienstbaarheid verslagen. We mogen dat niet in fatalisme aanvaarden. We mogen het niet omzetten in gezwollen woorden van dienstbaarheid die niet veel voorstellen. Gepaste bescheidenheid en waarmaken in kleine daden van dienstbaarheid lijkt dichter te komen bij wat Jezus voor ogen heeft. Dichtbij, vlak naast me gebeurt er zoveel wat de moeite waard is, wat onze zorg verdient, ook weer een woord dat naar dienen verwijst.

We hebben in onze tijd de dienstbaarheid grotendeels geďnstitutionaliseerd. We hebben één van de beste gezondheidszorgsystemen ter wereld. Voor bijna alles hebben we wel een uitkering of bijdrage geregeld. We hebben een loket op de stadskantoren die onze vragen het sociale doolhofsysteem in sluizen en ergens kom je wel uit. Het is een zegen, want mensen hoeven niet meer als bedelaars aan de kant van de weg te gaan zitten. Maar daarmee lossen we het probleem niet op. We lossen het ook niet op door ons hart te laten raken door een programma als ‘hart in actie’ of door het grote ene oranje hart van saamhorigheid wat we vanavond om half negen weer gaan voelen, want ook dat is ergens ook geďnstitutionaliseerd en duurt vaak maar enkele dagen.

Als dienstbaarheid niet voortkomt uit een werkelijk gevoelde zorg voor elkaar dan is het kil en tot op de cent afgepast. De dienende leider heeft een winstoogmerk. Niet alleen de mens moet groeien, de portemonnee van de aandeelhouder moet eigenlijk veel meer groeien. Bij Jezus is het net wat anders. De werkelijke zorg voor elkaar moet groeien en dan worden we tot dienstbare mensen die elkaar tot dienst willen zijn, en niet omdat het moet maar omdat het mag. De dienstbaarheidbehoevende mens is niet elders te vinden, hij of zij zit naast me. Van dienstbaarheid worden zowel de vrager als de ontvanger meer mens, meer christenmens. De dienende mens wordt, als hij het met zijn hart is, beeld en gelijkenis van God, Ene en Enige God. Zo ziet Jezus ons graag.

eerste lezing: Spreuken 2, 1 - 9; tweede lezing: Efez. 4, 1 - 6; evangelie: Lucas 22, 24 - 27.
De evangelietekst uit de Willibrordvertaling 1978:
Er ontstond twist onder hen wie van hen wel de voornaamste mocht zijn. Maar Jezus sprak tot hen: ‘De koningen van de volkeren oefenen heerschappij over hen uit en hun machthebbers laten zich weldoeners noemen. Zo moet gij niet doen, maar wie onder u de voornaamste is, moet als de jongste wezen, en wie bevelen geeft als iemand die dient. Wie is immers de grootste: die aanligt of bedient? Niet hij die aanligt? Welnu, Ik ben onder u als degene die bedient.