Nederlands | Français | English | Deutsch  
RSS feedTwitterTwitter

Preek van de week

(de preken worden door verschillende broeders in de abdij verzorgd)

 

 

 

 

 

Preek-archief

 

 

Preek van 27 januari 2013
3e zondag door het jaar

Broeders en zusters. U kent allen vast wel dat verhaal van de reus Christoffel die als veerman een kind bij nacht en ontij over de rivier zette.

 

Na de moeizame overtocht bleek het kind op zijn reuzenschouders Christus zelf te zijn. Deze reus heette eigenlijk Reprobus, 'de verworpene'. Hij ging als jongeman op zoek naar de machtigste persoon van deze aarde. Hij vond die machtigste niet in de koning, want die was bang voor de duivel. Ook vond hij de machtigste niet in de duivel want die was bang voor Christus. Zo kwam Reprobus bij een oude monnik en vroeg hem hoe hij Christus kon ontmoeten. De oude monnik gaf ten antwoord dat hij dan moest bidden en vasten. Maar dat vond de reus maar niets. Er was nog een derde manier namelijk de medemens dienen. Zo werd hij veerman en zette met veel plezier en zonder iets te vragen mensen een woeste rivier over. Op een nacht werd zijn naam drie maal geroepen door een kind. Hij nam het kind op zijn schouders en het leek een lichte last maar al gaande werd de last haast ondraaglijk en het water steeg en werd woester en woester. Hij dreigde met kind en al te verdrinken maar telkens wanneer de reus in het lachende gelaat van het kind keek, ontving hij weer nieuwe kracht. Zo bereikten zij de overkant. Daar openbaarde het kind zich als de levende Christus en ontving de reus een nieuwe naam: Christofoor, 'Christusdrager'.

Aan dit verhaal moest ik denken, broeders en zusters, toen ik de lezingen van deze zondag op mij liet inwerken. Het gaat in de lezingen niet over Christoforen, Christusdragers maar over Pneumaforen, geestdragers. Zowel in de profeet Jesaja als in het evangelie horen we het vers: "De geest des heren rust op mij." Hier is sprake van een geestdrager. Jezus ziet zichzelf in de lijn van die grote geestdragers, mannen en vrouwen, die er in IsraŽl genoeg geweest zijn. Mannen en vrouwen vol van de Geest van God.

Lucas verhaalt op verschillende plaatsen in zijn evangelie dat Jezus een echte geestdrager was. Als kind groeide Jezus op en werd "gesterkt door de geest" (Luc. 1,80). Na de doop in de Jordaan - waarbij de geest in de gedaante van een duif op Jezus neerdaalde - ging Jezus "vervuld van de heilige Geest weer weg van de Jordaan. Hij werd door de Geest naar de woestijn gevoerd, waar Hij veertig dagen verbleef" (Luc. 4,1). Na de beproeving in de woestijn "keerde Jezus in de kracht van de Geest terug naar Galilea" (Luc. 4,14). Jezus zou, volgens het getuigenis van Johannes de Doper, "dopen met vuur en heilige geest" (Luc 3,16). In zijn gebed juicht Jezus het uit "vervuld van de heilige Geest" (Luc. 10,21). Hij, de drager van de heilige Geest, zal de strijd aangaan met vele onheilige, onreine geesten. Uiteindelijk zal Jezus de geest neerleggen in de handen van de Vader. De Jezus die Lucas ons schildert is vol van de heilige Geest.

Nu kunnen wij daar vol verwondering naar kijken. Het is inderdaad mooi om naar Jezus te kijken die zo vol van de Geest van God is. Het is een manier van uitzeggen dat in Jezus de volheid van God geheel aanwezig is. Kijk je naar Jezus dan zie, voel, hoor en ervaar je God zelf. Van die ervaring kun je geen genoeg krijgen! Dat is contemplatief leven! Maar net zoals je bruin wordt wanneer je in de zon zit, zo straalt die geest van Jezus ook op ons en doet iets met ons. Wij zijn allemaal geroepen om niet alleen Christusdragers te zijn maar ook Geestdragers.

Bij ons doopsel hebben wij de geest van het kindschap ontvangen die ons doet uitroepen: "Abba", "Vader". Dankzij het doopsel zijn wij geroepen om ťťn geest met Jezus te worden. Hoe? Door zijn eigenschappen ons eigen te maken. De eigenschappen van Jezus zijn de vruchten van de Geest die Paulus opsomt: "Liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing" (Gal. 5,22). Wanneer wij die vruchten tot volle wasdom laten komen in ons dagelijkse leven dan dragen ook wij de Geest van God uit in de wereld waarin we leven. Kijk eens goed naar de eigenschappen van de Messias zoals die vandaag uit de mond van Jesaja en Jezus klinken. Gaat het daar niet om die negen vruchten van de Geest? Wij worden uitgenodigd om die eigenschappen tot bloei te laten komen in ons leven. Net als Christofoor doen we dat zomaar, zonder pretentie en voor niets. Vaak niet eens wetend dat we die vruchten van de Geest aan anderen uitdelen.

De wereld heeft geestdragers hard nodig. Wie zit er immers niet op goed nieuws te wachten? Wie wil er niet bevrijd worden uit de gevangenis van een zinloos bestaan? Wie wil er niet zien wanneer het allemaal donker om hem heen is? Wie wil er niet bevrijd worden van een last die terneer drukt? Wanneer wij met geestdragers in aanraking komen en die bevrijdende wind ervaren, dan kunnen wij niet anders dan Gods aanwezigheid voelen. Want Hij wil dat wij leven. Daartoe heeft Hij zijn geest gezonden. Niet als een onpersoonlijke levenswind maar dankzij Jezus die in de kracht van de geest ons opwekt tot nieuw leven, tot echte, mooie mensen: kinderen van een en dezelfde Vader! Mogen wij na deze dienst vervuld van de geest van hier weggaan, als echte dragers van de Geest, met die prachtige woorden van het slotlied in onze oren en in ons hart: "Laat dan mijn hart U toebehoren en laat mij door de wereld gaan met open ogen, open oren om al uw tekens te verstaan. Dan is het aardse leven goed, omdat de hemel mij begroet."

eerste lezing: Nehemia 8,2 - 4a.5 - 6.8 - 10; tweede lezing: 1 KorintiŽrs 12,12 - 14.27; evangelie: Lucas 1,1 - 4; 4,14 - 21.
De evangelietekst uit de Willibrordvertaling 1978:
Reeds velen hebben getracht de gebeurtenissen te verhalen die onder ons hebben plaats gevonden, aan de hand van de gegevens welke ons werden overgeleverd door mensen die van het begin af aan ooggetuigen waren en in dienst van het woord zijn getreden. Vandaar, edele Teofilus, dat ook ik besloot - na van meet af aan alles nauwkeurig te hebben onderzocht - voor u een ordelijk verslag te schrijven, met de bedoeling u te doen zien hoe betrouwbaar de leer is waarin gij onderwezen zijt. In die tijd keerde Jezus in de kracht van de Geest uit de woestijn terug naar Galilea en men sprak over Hem in heel de streek. Hij trad nu op als leraar in hun synagogen en werd algemeen geprezen. Zo kwam Hij ook in Nazareth, waar Hij was grootgebracht. Hij ging volgens zijn gewoonte op de sabbatdag naar de synagoge en stond op om voor te lezen. Ze reikten Hem de boekrol van de profeet Jesaja aan. Hij opende de rol en vond de plaats waar geschreven stond: "De Geest des Heren is over mij gekomen, omdat Hij mij gezalfd heeft. Hij heeft mij gezonden om aan armen de Blijde Boodschap te brengen, aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken, en aan blinden dat zij zullen zien: om verdrukten te laten gaan in vrijheid, om een genadejaar af te kondigen van de Heer." Daarop rolde Hij het boek dicht, gaf het terug aan de dienaar en ging zitten. In de synagoge waren aller ogen gespannen op Hem gevestigd. Toen begon Hij hen toe te spreken: "Het Schriftwoord dat gij zojuist gehoord hebt is thans in vervulling gegaan."

Abt Bernardus hield deze preek op 27 januari 2013 tijdens een oecumenische viering in de protestantse Verrijzeniskerk te Rotterdam.