Nederlands | Français | English | Deutsch  
RSS feedTwitterTwitter

Benedictus

Benedictus van Nursia (480-547) is de organisator van het westerse monnikendom. Hij stelde een ‘Regel voor monniken’ op waarin hij beschreef hoe het er in een klooster aan toe moest gaan. Deze regel wordt nog steeds gehanteerd. Enkele fragmenten.

 

Hoofdstuk 6:

Over de zwijgzaamheid

Laten wij doen wat de profeet zegt: “Ik sprak: mijn wegen zal ik bewaken om niet te zondigen met mijn tong. Ik heb bij mijn mond een wacht gesteld; ik heb niet gesproken, maar ben bescheiden geweest, en zelfs over goede dingen heb ik gezwegen. ” Hier wijst de profeet erop, dat als men goede gesprekken soms terwille van de zwijgzaamheid moet achterwege laten, men dus zeker de slechte moet vermijden omwille van de straf die op de zonde volgt. Daarom zal aan volmaakte leerlingen vanwege het groot belang van het stilzwijgen maar zelden verlof gegeven worden voor een gesprek, zelfs als het goede, heilige en vruchtbare gesprekken betreft. Want er staat geschreven: “Bij veel spreken kan men de zonde niet vermijden”, en elders: “De tong heeft macht over dood en leven.”

 

Hoofdstuk 20:

Over de eerbied bij het gebed

Als wij aan hooggeplaatste mensen een verzoek willen voorleggen, durven wij dit slechts doen met nederigheid en eerbied. Hoeveel te meer dan moet men tot de Heer, de God van het heelal, bidden met de grootste nederigheid en zuivere godsvrucht. En laten wij wel beseffen, dat wij niet verhoord zullen worden omwille van een veelheid van woorden, maar omwille van onze zuiverheid van hart en onze rouwmoedige tranen. Het gebed moet dan ook kort en zuiver zijn, tenzij men zich door een verlangen, ingegeven door Gods genade, gedrongen voelt ermee door te gaan. Maar als er in gemeenschap gebeden wordt, moet het gebed heel kort zijn, en zodra de overste het teken geeft, moeten allen gezamenlijk opstaan.

 

Hoofdstuk 72:

Over de goede ijver die de monniken moet bezielen

Zoals er een slechte ijver is -vrucht van verbittering-, die van God verwijdert en naar de hel voert, zo is er ook een goede ijver, die van de ondeugd verwijdert en naar God voert en naar het eeuwig leven. Op deze ijver nu moeten de monniken zich met de vurigste liefde toeleggen; dat wil zeggen: zij moeten wedijveren in respect voor elkaar; zij moeten elkanders zwakheden, lichamelijke zowel als morele, met het grootste geduld verdragen; niemand zoeke wat hij voor zichzelf voordelig acht, maar veeleer wat goed is voor de ander. Op onbaatzuchtige wijze leggen zij zich toe op de broederliefde. In liefde vrezen zij God.

 

  

> naar boven