Nederlands | Français | English | Deutsch  
RSS feedTwitterTwitter

Woestijnvaders

'Woestijnvaders' zijn monniken die in de vierde en de vijfde eeuw naar de woestijnen van Egypte, Palestina en Syrië trokken om daar in stilte en gebed te leven. Hun spirituele wijsheid is neergelegd in verzamelingen korte ‘spreuken’ en andere teksten. Een greep hieruit.

 

Zalig is de monnik, die in alle mensen God ziet. Een monnik weet zich een met alle mensen, want in ieder mens vindt hij altijd zichzelf.

 

Vader Poimen vroeg aan vader Jozef: "Zeg mij, hoe ik monnik moet worden." Hij antwoordde: "Als je rust wilt vinden, overal waar je bent, zeg dan bij alles wat je doet: 'Ik? Wie ben ik eigenlijk?' En veroordeel niemand."

 

Een vader zei: "Of je nu slaapt of wakker bent, wat je ook doet, als je God voor ogen houdt, kan de vijand je in niets angst aanjagen. Als je denken in God verwijlt, woont ook de kracht van God in je."

 

Let erop, dat je bij het bidden je niet vastklampt aan voorstellingen, maar volhardt in een diepe stilte. Alleen zo zal hij, die zich over de onwetenden ontfermt, een zo onbeduidende mens als jij bent bezoeken en je de grootste van alle gaven schenken: het gebed.

 

Een van de vaders zei: "Als de boom niet door winden heen en weer wordt geschud, groeit hij niet en schiet geen wortel. Zo is het ook met de monnik: als hij niet wordt bekoord en de bekoring niet verdraagt, wordt hij geen man."

 

Een broeder vroeg aan een abt: "Waarom overvalt mij angst als ik 's nachts alleen uitga?" De abt zei: "Omdat het leven van deze wereld voor jou nog waarde heeft."

 

Een woestijnvader zei: "Bidden zonder ophouden verbetert in korte tijd de geest."

 

De mens die beledigingen en gevoelens van ergernis niet kan vergeten en desondanks probeert te bidden, lijkt op iemand die water put uit een bron en dat in een vat vol gaten giet.

 

  

> naar boven