Nederlands | Français | English | Deutsch  
RSS feedTwitterTwitter

Een lange traditie

De geschiedenis van het christelijk monnikendom gaat terug tot de derde eeuw. Rond die tijd trokken gelovigen naar de woestijnen van Egypte, Palestina en Syrië om zich daar, in navolging van Christus, geheel aan het gebed te wijden. In de eenzaamheid van het kluizenaarsleven werd God hun enige doel. Het woord 'monnik' is afgeleid van het Griekse 'monachos', 'alleen-levend', dat verwijst naar 'monos', 'één'. De monnik wil gericht zijn op de ene: God.

Eerste kloosters

Antonius de Grote (251-356) was de meest bekende monnik die in de woestijn leefde. Rond hem vestigden zich andere monniken en zo groeiden kleine gemeenschappen. De eerste kloosters (van het Latijnse 'claustrum', 'muur', Klooster in de Israëlische Negevwoestijn ‘afsluiting’) ontstonden toen invloedrijke monniken deze gemeenschappen samen brachten in ommuurde complexen. Pachomius (circa 292-348) stelde een leefregel op voor monniken die in besloten kloosters samenleefden.

 

'Regel voor monniken'

Benedictus van Nursia (480-547) heeft met zijn Regel voor monniken geprobeerd de leefwijzen van kluizenaars en gemeenschapsmonniken samen te voegen. Deze regel werd maatgevend in het Westen. Benedictus wordt daarom ook wel als de ‘vader’ van het westerse monnikenleven beschouwd. Een belangrijk kenmerk van de regel is zorgvuldige afwisseling van bidden en werken, om daardoor zowel geestelijk en lichamelijk in evenwicht te blijven als in het eigen levensonderhoud te kunnen voorzien. 'Ora et labora', 'bid en werk', zou het motto worden van de volgelingen van Benedictus, de benedictijnen. "Dan zijn zij pas echte monniken, als zij van het werk van hun handen leven", zo staat in de Regel voor monniken. Gesteund door paus Gregorius de Grote en keizer Karel de Grote kreeg de kloosterregel een brede verspreiding.

 

Cisterciënzers

Tegen de groeiende rijkdom en macht van sommige benedictijnerkloosters kwamen aan het eind van de elfde eeuw steeds meer monniken in verzet. Ze richtten de orde van de cisterciënzers op, genoemd naar de plaats Citeaux, vlakbij Dijon, waar het eerste klooster van deze hervormingsbeweging werd gevestigd. De cisterciënzers wilden de regel van Benedictus in alle puurheid beleven. Dit streven kwam vooral tot uiting in een grote nadruk op de eenvoud. Door toedoen van Bernardus van Clairvaux (1090-1153) groeiden de cisterciënzers snel.

 

Trappisten

Het verlangen naar eenvoud zou in de loop der tijd bij de cisterciënzers voortdurend aanleiding zijn tot hervormingen. De meest geslaagde binnen de orde vond plaats in de zeventiende eeuw in de Franse abdij La Trappe (Normandië). De monniken van deze abdij gingen onder leiding van hun abt, Armand-Jean de Rancé, over tot een striktere beleving van de regel van Benedictus. Dit leverde hen de officiële naam op van 'cisterciënzers van de strikte observantie', in de volksmond 'trappisten' genoemd, naar hun abdij. Vooral de stiltebeleving is voor de trappisten erg kenmerkend. In 1881 kwamen de trappisten naar Nederland. De abdij Onze Lieve Vrouw van Koningshoeven werd hun eerste klooster. Klik hier om naar het onderdeel ‘geschiedenis’ te gaan.

 

  

> naar boven