Op deze derde laatste zondag van het kerkelijk jaar vertelt Jezus ons vandaag – met het oog op het einde der tijden – een eerste gelijkenis waarin Hij ieder van ons tot waakzaamheid oproept. Achtereen vertelt Hij de gelijkenis van de bruidsmeisjes, Volgende zondag zullen wij de gelijkenis over de talenten horen, en tenslotte, op het feest van Christus Koning, is de gelijkenis over het scheiden van bokken en schapen aan de beurt.
Mattheüs heeft deze drie gelijkenissen in zijn evangelie net vóór het lijdensverhaal geplaatst, als sluitstuk van Jezus’ eschatologische rede. Dat is de rede over het einde der tijden, het eschaton. In de volksmond spreken we van het Laatste Oordeel. En zoals dit in menige gelijkenis van Jezus opvalt, beukt ook vandaag deze gelijkenis tegen ons rechtvaardigheidsgevoel in. Want alle gelijkenissen ten spijt bekruipt mij - op zijn zachtst gezegd – toch een vreemd gevoel wanneer ik deze meteen reeds aan met een wit-zwart opdeling van mensen. Er zijn de verstandige meisjes én de domme meiden. Komt er nog bij dat die slimme meiden wel héél egocentrisch, én daarmee alles behalve evangelisch ingesteld zijn, Op de koop toe eindigt het verhaal heel hard. De vijf meisjes staan voor een gesloten deur, en zijn dus te laat voor de afspraak. “Ik ken jullie niet” klinkt het heel koud vanuit de hoogte.
Zoals we eerder wisten dient zo’n zwart-wit tekening om de boodschap zo sterk mogelijk in de verf te zetten. In dit geval gaat het om een gelijkenis over het einde. Het levenseinde dat ieder van ons verwacht én de eindtijd waarop Christus zal weder komen. Mattheüs vertelt deze gelijkenis aan de eerste christenen die zich Jezus’ voorspelling herinneren en zijn wederkomst spoedig verwachtten. Maar omdat die komst op zich laat wachten en velen de moed verliezen Mattheüs’ boodschap: ‘Verlies de moed niet. Wees dapper. Christus komt! Maar opgelet! Hij komt wanneer je Hem net niét verwacht (Mt 24, 44). ‘Wees waakzaam’ een oproep uit deze gelijkenis van Matteüs J.S. Bach heeft op dit evangelieverhaal en vooral met de oproep tot waakzaamheid zijn wereldberoemde Cantate gecomponeerd die luidt: “Wachet aut, ruft uns die Stimme” { BWV (140). Een lied op basis van een oorspronkelijke cantate waarmee de Duitse predikant Philipp Nicolai (1556–1608) tijdens een zware pestepidemie zijn gemeenteleden troost bood. de leden van zijn gemeente troost bood: “Wees dus waakzaam, want gij kent dag noch uur”. Een oproep evenwel die iets anders bedoelt dan blijf wakker.
Jezus gebruikt voor deze waakzaamheid twee Bijbelse symbolen: Er is de lamp die licht geeft én de kruik olie die zorgt dat de lamp blijft branden. Twee symbolen die nog herkenbaar zijn voor onze tijd. Denken wij maar aan de lamp die in veel landen het symbool werd van de verpleegkundigen. Want in hun inzet tonen de verpleegkundigen de twee adjectieven die Matteüs aan de messiaanse waakzaamheid toekent: de ‘trouw’ en het ‘vooruitzien’. Zo staat de lamp symbool voor de trouw terwijl de kruik met olie het vooruit zien symboliseert. In een van zijn toespraken haalde wijlen Paus Franciscus een dichter uit zijn vaderland Argentinië aan die schrijft: “Alles, wat de boom in bloei houdt, komt van wat onderaan verborgen is.” Zo kan geen lamp licht blijven uitstralen wanneer de olie is opgebrand.
Jezus zegt ons vandaag om voortdúrend waakzaam te blijven want Hij is immers nu reeds aanwezig in de hongerige, in de dorstige, in de naakte, de vreemdeling, in de zieke, de gevangene, de dode. Zijn gelijkenissen gaan niet zozeer over de toekomst, maar over het heden. Ook al gaat de wereld nog een eeuwigheid mee toch doet de crisis waarin wij leven ons zeker nadenken. Want elk moment van de dag eindigt ergens voor iemand dit leven. Elke nacht sterft een mens waar ook ter wereld. “Wees dus waakzaam, Eenmaal zal iemand van ons die mens zijn. want niemand weet op welke dag de Heer komt” (Mt 24,41). Draag zorg voor je broer en zus en voor de aarde die ons draagt. Heb zorg om deze wereld, om de schepping.
Het verhaal van de bruidsmeisjes brengt ons daarom bij de vraag met welke olie ik mijn lamp brandend hou? Dit zal zeker door een vernieuwde innerlijkheid zijn, door een intens dagelijkse gebed, Door ons aandachtig vieren van de liturgie, én zeker door belangeloze dienstbaarheid en blijvende zorg.
Ja, de Heer verschijnt te middernacht!
Nu is nog alles stil. Zalig wie toch geduldig wacht en Hem begroeten wil.
1e lezing: Wijsheid 6, 12-16; 2e lezing: 1 Tess. 4, 13-18; evangelie: Matteüs 25, 1-13
De evangelietekst uit de Willibrordvertaling 1978:
In die tijd vertelde Jezus zijn leerlingen deze gelijkenis: ‘ Het Rijk der hemelen zal gelijken op tien meisjes die met hun lampen uittrokken, de bruidegom tegemoet. 2 Vijf van hen waren dom, de andere vijf verstandig. Want de domme namen wel hun lampen mee, maar geen olie; de verstandige echter namen met hun lampen tevens kruiken olie mee. Toen nu de bruidegom op zich liet wachten, dommelden zij allen in en sliepen. Maar midden in de nacht klonk er geroep: Daar is de bruidegom! Trekt hem tegemoet! Meteen waren al de meisjes wakker en maakten hun lampen in orde. De domme zeiden tegen de verstandige: Geeft ons wat olie, want onze lampen gaan uit. Maar de verstandige antwoordden: Neen, er mocht eens niet genoeg zijn voor ons en jullie samen. Gaat liever naar de verkopers en haalt wat voor jezelf. Maar terwijl zij onderweg waren om te gaan kopen kwam de bruidegom, en die klaar stonden, traden met hem binnen om bruiloft te vieren; en de deur ging op slot. Later kwamen ook de andere meisjes en zeiden: Heer, heer, doe open! Maar hij antwoorde: Voorwaar, Ik zeg u: Ik ken u niet. Weest dus waakzaam, want gij kent dag noch uur.