Van toevluchtsoord tot abdij

Abdij Onze Lieve Vrouw van Koningshoeven is Brabants erfgoed, maar geen museum. Hier woont, werkt en leeft een vitale kloostergemeenschap die al bijna 150 jaar haar principes van stilte, soberheid en solidariteit koestert. 

Abdij Koningshoeven ontstond in 1880 als toevluchtsoord van Noord-Franse monniken. Anti-kerkelijke wetgeving bedreigde het voortbestaan van hun trappistenklooster Sainte-Marie-du-Mont op de Katsberg. Daarom weken ze uit naar het veiliger Brabant.

Trappistenklooster op vorstelijke gronden

In Berkel-Enschot konden ze terecht op een stuk heide met een aantal hoeven. De plaatselijke bevolking noemde deze de 'Koningshoeven', omdat ze eigendom waren geweest van Koning Willem II. De trappisten bouwden de hoeven en de bijbehorende schaapskooi om tot een klooster, waarna het eerste trappistenklooster van Nederland een feit was. Op 5 maart 1881 vierden zij er hun eerste eucharistie. 

Nieuwe wegen bewandelen

Naast het bidden werd er vanaf het prille begin ook gewerkt op Koningshoeven. De trappisten ontgonnen de heidegronden om in hun levensonderhoud te voorzien. Deze gronden waren echter zo schraal, dat het 'boeren' niet genoeg opbracht voor het groeiend aantal monniken. Er moest wat gebeuren. De eerste overste, Nivardus Schweykart, besloot een nieuwe weg in te slaan: hij begon er een kleine bierbrouwerij bij. Broeder Isidorus Laaber kreeg de leiding en werd de eerste brouwmeester van het klooster. Tot op de dag van vandaag is Brouwerij De Koningshoeven de belangrijkste inkomstenbron van het klooster. 

Periode van groei van turbulentie

Periode van groei van turbulentie

In 1891 werd het klooster op Koningshoeven een abdij. De overste maakte plaats voor een abt: Willibrord Verbruggen. Deze liet nieuwe abdijgebouwen bouwen op Koningshoeven, waaronder de torens die het landschap nog steeds kenmerken. Daarnaast stichtte Koningshoeven een abdij in Zundert (1900, 'Maria Toevlucht'), een Trappistinnenabdij in Berkel-Enschot (1936, Onze Lieve Vrouw van Koningsoord, nu gevestigd in Oosterbeek) en diverse stichtingen in het buitenland zoals in Indonesië (1953) en Kenia (1956). Onrust en oorlog in het land ertoe leidden dat de Keniaanse stichting in 2007 werd verplaatst naar Oeganda. 

Koningshoeven ontkwam tussen 1940 en 1945 niet aan de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de abdij niet door de Duitsers werd ingevorderd, arresteerde de bezetter wel drie trappisten van Joodse afkomst samen met hun zussen die trappistin waren in de abdij Koningshoord te Berkel-Enschot. De broeders en zusters Löb werden afgevoerd naar Auschwitz en werden daar vermoord. 

De vrije jaren zestig

Na de oorlog kwam Koningshoeven in rustiger vaarwater. Het aantal monniken nam in eerste instantie toe tot 153. Daar kwam een kentering in toen de vrije jaren zestig aanbraken. Koningshoeven ondervond de invloed van de veranderende wereld waarin veel gebeurde, meer mocht en meer kon. De ontwikkelingen stonden in behoorlijk contrast met het sobere leven dat de trappisten leefden. 

Het aantal intredingen nam af, een aantal monniken verliet het klooster. De gemiddelde leeftijd van degenen die bleven, was hoog en de behoefte aan verzorging groeide. De meeste hulpbehoevende monniken verhuisden naar een kloosterverzorgingshuis in Vught. Een groep van 9 jongere abdijbewoners bleef achter op de abdij waar het in 1881 allemaal begon. Zij besloten door te gaan. 

Met nieuw elan

Met nieuw elan

Een verstandige keuze, want tegen het jaar 2000 meldden zich plots weer nieuwe kandidaten. Een jonge generatie die zich liet inspireren door het klassieke trappistenideaal. Met nieuw elan ging de gemeenschap de toekomst tegemoet. Abdij Onze Lieve Vrouw van Koningshoeven kent momenteel een jonge en groeiende gemeenschap van toegewijde monniken. 

 

deel dit artikel


Meer interessante pagina's