Preek van 4 september 2022

23e zondag door het jaar

‘Wijsheid komt met de jaren’, luidt een bekend Nederlands gezegde, maar … wat is wijsheid eigenlijk? Is wijsheid misschien het ontkennen van zaken rondom discriminatie en racisme, alsmede rondom vraagstukken over gender, identiteit, en klimaatveranderingen? Zo staat op de website van een pas geopende basisschool te lezen dat de degelijkheid van het onderwijs verstoord wordt door modegrillen, zoals iPad-scholen, klimaathysterie en coronapaniek. De indoctrinatie met een eenzijdig wereldbeeld, aldus de school, zou het kritisch denken van kinderen onmogelijk maken. Is dit wijsheid? … Of is wijsheid misschien wel het radicaal beklemtonen van deze en soortgelijke vraagstukken? Zoals bijvoorbeeld het niet meer uitgeven van een bekende romanreeks over indianen en cowboys? Is dit wijsheid? Of ligt wijsheid misschien hier ergens tussenin? … Maar, wat is wijsheid eigenlijk?
Sterker nog: “wie van de mensen kan Gods plan doorgronden”, hoorden wij zojuist in de eerste lezing, “wie ontdekken wat de Heer wil?”
Deze woorden uit het boek Wijsheid worden door de auteur in de mond van koning Salomo gelegd. Dezelfde koning van wie elders staat geschreven dat hij God vooral om veel wijsheid heeft gebeden, in plaats van om een lang leven of grote rijkdom.

De lezing van vandaag handelt niet zozeer om de persoonlijke taak en levenshouding van deze koning, maar veeleer om de situatie van àlle mensen. De kern hierbij is: om te kunnen weten wat God van de mens wil, oftewel: ‘welke beslissing moet ik nemen binnen deze concrete situatie’, is de gave van wijsheid een absolute must. “Zo alleen kunnen de mensen op aarde rechte wegen gaan”, aldus de eerste lezing, “leren zij kennen wat u welgevallig is en worden zij door de wijsheid gered.” 
Wijsheid. Maar, wat is dan wijsheid? In het Oude Testament wordt wijsheid niet alleen gezien als intellectuele kennis of theoretisch inzicht, maar ook en bovenal als praktische kennis en levenservaring. Een wijs iemand is hij of zij die zichzelf kent, een groot godsvertrouwen heeft, en daarom volkomen bedreven is in de prudente uitoefening van zijn of haar beroep, en in het volbrengen van zijn of haar taak. 
Wijsheid mag dan gezien worden als praxis: het goede handelen. Daarnaast mag wijsheid ook praktisch zijn: eerst kijken en overleggen wat haalbaar is. Het is een kwestie van doen, maar dan niet hals over kop.
“Als iemand van u een toren wil bouwen”, aldus Jezus tot zijn toehoorders, zal hij er dan niet eerst voor gaan zitten om een begroting te maken of hij wel genoeg geld en bezit heeft om hem te kunnen voltooien? 
Met deze retorische vraag wordt de situatie van de toenmalige kerk geschetst. Het was een tijd van vervolgingen. Op bevel van de keizer in Rome werden talloze christenen (mannen, vrouwen, kinderen) door Romeinse soldaten opgepakt en gedood. Vele christenen stonden voor een duidelijke en moeilijke keuze: wat zijn de consequenties van het leerling-van-Jezus-zijn? Word - of blijf - ik wel of geen christen?
Het antwoord mag wellicht duidelijk zijn. Net als iemand die zakelijk en nuchter een berekening van de kosten maakt, alvorens tot de bouw van de toren over te gaan, zo moesten ook de christenen bij zichzelf overwegen of hij of zij het leerling-van-Jezus-zijn wel aankon, en met de consequenties en implicaties daarvan rekening hield.
Niemand kon een volgeling van Jezus worden, als hij zich niet losmaakte van al wat hij bezat, van zijn meest intieme levensbanden. “Als iemand naar Mij toekomt”, hoorden we Jezus in het evangelie zeggen, “die zijn vader en moeder, zijn vrouw en kinderen, zijn broers en zusters, ja, zelfs zijn eigen leven niet haat, kan mijn leerling niet zijn.”

Dit zijn harde, bijna onmenselijke woorden. Moeten wij onze familieleden dan niet liefhebben? Natuurlijk wel. Maar wat deze, in onze ogen, zware woorden willen zeggen is dat uiteindelijk geen aardse liefde en wereldse binding mag gaan boven de liefde tot God. Immers, de woorden ‘haten’ of ‘verfoeien’ hebben hier niet dezelfde affectieve lading als bij ons. Tegen die achtergrond betekent het veeleer ‘een ander de voorkeur geven’, ‘andere prioriteiten stellen’. Er worden in de evangelielezing zeven objecten van haten genoemd. Het eigen leven staat zelfs als een climax achteraan. Dit onderstreept hoe totaal, fundamenteel en radicaal de keuze is om leerling van Jezus te zijn. Is dit misschien wijsheid?
Wijsheid. Wat is wijsheid? In het Oude Testament is een wijs iemand hij of zij die zichzelf kent, een groot godsvertrouwen heeft, en daarom volkomen bedreven is in de prudente uitoefening van zijn of haar taak. En in het evangelie is dat iemand die bij zichzelf overweegt of hij of zij het leerling-van-Jezus-zijn aankan, en met de consequenties daarvan rekening houdt. Wat die ook moge zijn. En wij? Waar staan wij in ons leven voor? Welke keuzes maken wij: op dit moment, in die situatie, rondom persoonlijke en maatschappelijke vraagstukken? Komt ook hierbij wijsheid met de jaren, … of misschien ook niet? Amen.

1e lezing: Wijsheid 9, 13-18b; 2e lezing: Filemon 9b-10. 12-17: evangelie: Lucas 14, 25-33
De evangelietekst uit de Willibrordvertaling 1978:
In die tijd trokken talloze mensen met Jezus mee; keerde Hij zich om en zei tot hen: ‘Als iemand naar Mij toekomt, die zijn vader en moeder, zijn vrouw en kinderen, zijn broers en zusters, ja zelfs zijn eigen leven niet haat, kan hij mijn leerling niet zijn. Als iemand zijn kruis niet draagt en Mij volgt, kan hij mijn leerling niet zijn. Als iemand van u een toren wil bouwen, zal hij er dan niet eerst voor gaan zitten om een begroting te maken, of hij wel genoeg bezit om hem te voltooien? Anders zou het hem kunnen overkomen, als hij de fundering heeft gelegd en niet in staat is het werk tot een einde te brengen, dat allen die het zien hem gaan bespotten en zeggen: Die man begon te bouwen maar hij was niet in staat het einde te halen. Of welke koning zal, als hij tegen een andere koning ten oorlog wil trekken, niet eerst overleggen of hij sterk genoeg is om met tienduizend man het hoofd te bieden aan iemand die met twintigduizend man tegen hem optrekt? Zo niet, dan stuurt hij, als de tegenstander nog ver weg is, een gezantschap en vraagt om de vredesvoorwaarden. Zo kan niemand van u mijn leerling zijn, als hij zich niet losmaakt van al wat hij bezit.

deel dit artikel


Meer interessante pagina's

Deze website gebruikt cookies

Wij gebruiken cookies zodat onze website beter werkt voor onze bezoekers. Daarnaast gebruiken wij cookies voor analytische doeleinden. Voor meer informatie verwijzen wij u naar ons cookiebeleid en onze privacy policy

Weigeren Accepteren