Preek van 9 mei 2021

6e zondag van Pasen

Broeders en zusters, ‘Kerkgangers hebben meer behoefte aan stilte en meditatief gebed’, zo stond het deze week in het Nederlands Dagblad te lezen. Nu maar hopen dat de krant niet de leugen brengt in het land! Kerkgangers willen graag meer weten over het gebed en vooral hoe te bidden. Deze vragen zouden toch bij ons monniken, die hun leven geheel aan het gebed wijden, in goede handen moeten zijn? Toch is het waar dat het in onze kerken, en zelfs in onze monastieke gemeenschappen, oorverdovend stil is over het gebed. Kennelijk denken wij wel te weten wat bidden is. Bidden hoort bij het kerkelijk meubilair. En toch? Laatst vertelde mij iemand dat zij, geconfronteerd met een dodelijke ziekte, niet meer kon bidden. God luisterde niet meer. Het had allemaal geen zin en ze verliet de kerk en uiteindelijk het geloof. Haar getuigenis herinnerde mij eraan dat gebed de olie is van ons geloof. Als de olie opraakt dan valt de motor stil.
Wat is bidden? Jezus omschrijft vandaag het gebed in het evangelie als: ‘Blijft in mijn liefde’. Bidden is niets anders dan de verbondenheid met God zoeken en in die verbondenheid blijven. Alle evangelieverhalen van de Paastijd draaien om die verbondenheid. Ná de verbondenheid met Jezus beleefd te hebben gedurende zijn aardse leven, met Hem gegeten en gedronken te hebben, Hem aangeraakt te hebben, moeten de leerlingen ná de verrijzenis een nieuwe – even echte – verbondenheid met Jezus ontwikkelen. Meteen ná Pasen horen we het vertwijfelend zoeken van Maria Magdalena, Thomas en de leerlingen van Emmaüs. In het zoeken naar de verbondenheid met Jezus nemen de Wet, de profeten en de psalmen een belangrijke plaats in. In de Schrift horen we telkens weer opnieuw Gods stem. Een stem die tot ons spreekt als een Goede Herder en ons naar grazige wieden leidt, een leven in overvloed. Dit goede leven in verbondenheid met Jezus is als een wijnstok met zijn ranken. Al deze verhalen gaan over onze verbondenheid met God beleefd in het gebed.
Het gebed is echter niet alleen God en ik. Het beeld van de wijnstok had ons al laten zien dat onze verbondenheid met God ook vrucht moet dragen. Vandaag wordt deze vrucht concreet: ‘Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt zoals ik u heb liefgehad. Geen groter liefde kan iemand hebben dan deze, dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden’. Bidden is onze verbondenheid met God beleven maar tegelijkertijd ook onze verbondenheid met elkaar, ja zelfs met heel de schepping.
Het gebed is binnentreden in het gesprek tussen de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Wij mogen naar dat gesprek luisteren en er zelfs aan deelnemen maar niet om het voor onszelf te behouden. ‘Ik heb u alles meegedeeld wat ik van de Vader heb gehoord… Ik heb u de taak gegeven op tocht te gaan en vruchten voort te brengen die blijvend mogen zijn’. De vrucht van ons gebed is de naastenliefde. Dat is dus de verhoring van het gebed. Zo verandert gebed dus niet alleen ons, maar verandert het ook situaties. De eerste lezing over Petrus is er een mooi voorbeeld van. In het gebed neemt Petrus deel aan een goddelijk visioen. Dit gebed verandert hemzelf en zal de verandering brengen die de groep van eerste leerlingen verbreden zal van een Joodse sekte maar een universele kerk. Bidden is hier de ontdekking van een God bij wie geen aanzien des persoons bestaat.
50 dagen lang vieren we de nieuwe verbondenheid met Jezus! 50 dagen die ons iets leren over het gebed. Het is geen snelle asfaltweg. Gebed is meer dan vragen, en God heeft de tijd. Hij loopt met ons mee op de weg van het gebed. Soms heel duidelijk aanwezig, zichtbaar en voelbaar maar soms ook afwezig. Hoe het ook zij, op onze weg door het leven blijft er die verbondenheid. Voor Hem zijn we geen slaven die enkel moeten doen wat Hij zegt. Voor God zijn wij vrienden, mannen en vrouwen die in het gebed met God op weg gaan en als vrienden onderweg met elkaar spreken, stil zijn, twijfelen, zoeken maar bovenal blij zijn, vreugde beleven aan het samen zijn. Dat is bidden!

1e lezing: Handelingen 10, 25-26. 34-35. 44-48; 2e lezing: 1 Joh. 4, 7-10; evangelie Joh. 15, 9-17.
De evangelietekst uit de Willibrordvertaling 1978:
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: ‘ Zoals de Vader Mij heeft liefgehad, zo heb ook Ik u liefgehad. Blijft in mijn liefde. Als gij mijn geboden onderhoudt, zult gij in mijn liefde blijven, gelijk Ik, die de geboden van mijn Vader heb onderhouden, in zijn liefde blijf. Dit zeg Ik u, opdat mijn vreugde in u moge zijn en uw vreugde volkomen moge worden. Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt, zoals Ik u heb liefgehad. Geen groter liefde kan iemand hebben dan deze, dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden. Gij zijt mijn vrienden, als gij doet wat Ik u gebied. Ik noem u geen dienaars meer, want de dienaar weet niet wat zijn heer doet, maar u heb Ik vrienden genoemd, want Ik heb u alles meegedeeld wat Ik van de Vader heb gehoord. Niet gij hebt Mij uitgekozen, maar Ik u en Ik heb u de taak gegeven op tocht te gaan en vruchten voort te brengen, die blijvend mogen zijn. Dan zal de Vader u geven al wat gij Hem in mijn Naam vraagt. Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt.’

deel dit artikel


Meer interessante pagina's

Deze website gebruikt cookies

Wij gebruiken cookies zodat onze website beter werkt voor onze bezoekers. Daarnaast gebruiken wij cookies voor analytische doeleinden. Voor meer informatie verwijzen wij u naar ons cookiebeleid en onze privacy policy

Weigeren Accepteren