Preek van 1 november 2026

Preek van 1 november 2026

Hoogfeest van Allerheiligen

Bij onze geboorte heeft God zijn adem door onze neusgaten geblazen zo kunnen we dat lezen in het eerste Bijbelboek Genesis. Daarmee heeft God in ieder mens iets van zichzelf gelegd. Ieder mens is door Hem gewild, gekend en bemind. In ieder mensenleven schuilt een geheim van Gods aanwezigheid, soms zichtbaar en herkenbaar, soms verborgen onder verdriet, teleurstelling, onzekerheid of gebrokenheid. Heiligheid begint daar waar wij ons bewust worden dat ons leven gedragen wordt door een liefde die groter is dan wijzelf. En het is vanaf het begin, dus er was nog geen onderscheid in religies

God zegt in het boek Leviticus: ‘Wees heilig, want Ik, de Heer, uw God, ben heilig.’ Dat klinkt misschien als een veeleisende opdracht. Toch is het vooral een uitnodiging. God vraagt ons niet om volmaakte mensen te worden die nooit fouten maken. Hij nodigt ons uit om steeds meer te leven vanuit zijn liefde en de basis is al gelegd in ons ademhalingssysteem. Die adem van het begin blazen we pas weer uit op het einde van ons leven.

Heiligheid betekent niet dat wij boven het gewone menselijke leven uitstijgen. Zij betekent juist dat wij het gewone leven leren bewonen met een buitengewone liefde. In de zorg voor een ander, in een luisterend oor, in een woord van vergeving, in geduld met iemand die moeilijk is, in trouw wanneer het leven zwaar wordt: daar wordt onze heiligheid zichtbaar.
Misschien zijn er mensen onder ons die nooit op een bijzondere manier in de geschiedenisboeken terechtkomen, maar die in stilte een heilig leven leiden. Een moeder die jarenlang met liefde voor haar gezin zorgt. Een vader die ondanks zorgen en vermoeidheid trouw blijft. Een oudere die zijn eenzaamheid draagt en toch aandacht blijft schenken aan anderen. Een zieke die anderen moed inspreekt, terwijl hij zelf zoveel moet verdragen. Een mens die na een lange periode van verwijdering de moed vindt om vergeving te schenken. Het zijn allemaal pogingen om dat wat gebroken is geraakt weer heel te maken en daarin wordt God zichtbaar. En heilige mensen zijn niet ver weg of alleen maar in de hemel. Er zijn altijd mensen te vinden die zoveel goedheid uitstralen dat we zee heilig mogen noemen en het zit ook in onszelf en dan worden we een venster op Gods goedheid.

Dat is een belangrijke gedachte van Allerheiligen: heiligheid is niet alleen iets wat wij in de hemel zullen aanschouwen. Zij is ook nu al aanwezig, soms heel bescheiden, in het leven van mensen om ons heen. Waar liefde wordt gegeven zonder iets terug te verlangen, waar barmhartigheid sterker is dan oordeel en waar hoop niet wordt opgegeven, daar krijgt Gods heiligheid gestalte. We vinden het ook nog terug op de puinhopen van de platgebombardeerde huizen waar mensen met niets een maaltijd voor elkaar proberen te maken.

In het evangelie van vandaag neemt Jezus plaats op de berg en spreekt Hij de zaligsprekingen uit. Hij noemt mensen zalig die de wereld niet vanzelfsprekend gelukkig zou noemen: armen van geest, treurenden, zachtmoedigen, mensen die hongeren en dorsten naar gerechtigheid, barmhartigen, zuiveren van hart en vredestichters.
Jezus spreekt hier geen mooie woorden om mensen te troosten met een verre toekomst. Hij onthult een diep geheim van Gods Koninkrijk. God kijkt anders naar mensen dan wij vaak doen. Waar de wereld waarde toekent aan macht, succes, bezit en aanzien, ziet God de verborgen schoonheid van een menselijk hart.

De armen van geest zijn degenen die weten dat zij God nodig hebben. De treurenden zijn mensen die hun hart niet hebben afgesloten voor het verdriet van anderen. De zachtmoedigen gebruiken hun kracht niet om anderen te overheersen. De barmhartigen laten zich raken door de kwetsbaarheid van hun medemensen. De vredestichters bouwen bruggen waar anderen muren optrekken.
In deze woorden herkennen wij het gelaat van Jezus zelf. Hij is de arme die alles van de Vader ontvangt. Hij is de barmhartige die mensen niet afschrijft. Hij is de zachtmoedige die niemand verplettert. Hij is de vredestichter die zelfs aan het kruis blijft liefhebben.
De zaligsprekingen zijn daarom niet alleen een beschrijving van goede mensen. Zij laten ons zien wie Christus is en waartoe wij geroepen zijn. Heilig worden betekent: steeds meer op Hem gaan lijken.
En dat gebeurt niet in één keer. Het is een levenslange weg, met vallen en opstaan. Soms groeien wij in liefde, soms worden wij geconfronteerd met onze eigen kleinheid. Maar telkens opnieuw mogen wij beginnen, omdat Gods genade groter is dan onze tekortkomingen.

De heiligen die wij vandaag vieren, waren geen mensen uit een andere werkelijkheid. Ook zij kenden twijfel, angst, verdriet en strijd. Zij waren kinderen van hun tijd, met hun eigen beperkingen en kwetsbaarheden. Wat hen bijzonder maakte, was niet dat zij nooit struikelden, maar dat zij zich telkens opnieuw door God lieten oprichten.
Hun levens vertellen ons dat Gods genade werkzaam kan zijn in iedere menselijke situatie. Heiligheid heeft vele gezichten. Zij kan zichtbaar worden in het grote getuigenis van een martelaar, maar evenzeer in de stille trouw van iemand die zijn leven lang voor anderen zorgt.
Daarom mogen wij vandaag ook denken aan de mensen die ons zijn voorgegaan: ouders en grootouders, familieleden, vrienden en bekenden. Mensen van wie wij misschien pas achteraf hebben ontdekt hoeveel liefde zij hebben gegeven. Hun namen staan misschien niet in de officiële heiligenkalender, maar zijn wel geschreven in de palm van Gods hand.
Wij mogen hen aan Gods barmhartigheid toevertrouwen en geloven dat de dood de liefde niet vernietigt. De gemeenschap van de heiligen verbindt de Kerk op aarde met degenen die al delen in Gods heerlijkheid. In Christus blijven wij met elkaar verbonden.

Allerheiligen is ook een feest dat ons terugbrengt naar het leven van iedere dag. Want het zou gemakkelijk zijn om de heiligen te bewonderen en vervolgens te denken dat hun weg voor ons niet is weggelegd. Maar Jezus spreekt de zaligsprekingen niet alleen tot bijzondere mensen. Hij spreekt ze tot zijn leerlingen en daarmee tot allen die Hem willen volgen.
De vraag is dus niet of wij ooit grote heiligen zullen worden. De vraag is of wij vandaag een beetje meer vanuit de liefde kunnen leven.
Kunnen wij iemand werkelijk vergeven? Kunnen wij luisteren naar iemand die anders denkt? Kunnen wij oog hebben voor wie vergeten wordt? Kunnen wij de moed opbrengen om vrede te zoeken waar verdeeldheid heerst? Kunnen wij in onze eigen omgeving iets van Gods mildheid laten ervaren?
Misschien is dat wel de meest herkenbare weg naar heiligheid: niet voortdurend bezig zijn met onszelf en onze eigen volmaaktheid, maar ons hart openen voor God en voor de mensen die Hij op onze weg brengt. Want heiligheid groeit waar liefde ruimte krijgt. Niet onze prestaties maken ons heilig, maar Gods genade die in ons werkzaam wordt en ons leert liefhebben.

Vandaag vieren we Allerheiligen. Een feest van hoop en licht. We denken aan de heiligen die voor ons gingen, maar ook aan de mensen om ons heen die door hun goedheid en moed een lichtstraal zijn in onze wereld.

1e lezing: Openbaring 7, 2-4. 9-14; 2e lezing: 1 Joh. 3, 1-3; evangelie: Matteüs 5, 1-12a
De evangelietekst uit de Willibrordvertaling 1978:
In die tijd toen Jezus deze menigte zag, ging Hij de berg op en, nadat Hij zich had neergezet, kwamen zijn leerlingen bij Hem. Hij nam het woord en onderrichtte hen aldus: ‘Zalig de armen van geest, want aan hen behoort het Rijk der hemelen. Zalig de treurenden, want zij zullen getroost worden. Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten. Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden. Zalig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden. Zalig de zuiveren van hart, want zij zullen God zien. Zalig die vrede brengen, want zij zullen kinderen van God genoemd worden. Zalig die vervolgd worden om de gerechtigheid, want hun behoort het Rijk der hemelen. Zalig zijt gij, wanneer men u beschimpt, vervolgt en lasterlijk van allerlei kwaad beticht om Mijnentwil: Verheugt u en juicht, want groot is uw loon in de hemel.