Vandaag hoorden wij het derde en heel voorname deel uit Jezus’ Bergrede. Heel voornaam, omdat het gaat over onze innerlijke gesteldheid, die verder en dieper reikt dan het onderhouden van uiterlijke regels. Niet voor niets noemen wij de Bergrede ‘de grondwet van het christendom’ omdat het om Jezus’ grootste en belangrijkste rede in het Mattheüsevangelie gaat. De beroemde Mahatma Gandhi stelde dat de Bergrede hem Jezus deed liefhebben en de basis vormde voor zijn geweldloos verzet tegen de Britse overheersing. Vandaag vernemen wij Jezus’ rechtvaardiging tegenover de hardleerse wetsgetrouwen voor wie zijn houding tegenover de Wet geregeld een doorn in hun oog is. “Ik ben niet gekomen om de Wet en de Profeten op te heffen.” verdedigt Hij zich” maar om de Wet te vervullen.” Daarmee maakt Hij heel duidelijk dat Hij nergens de Joodse Wet bekritiseert maar Hem wel anders beleeft. Hij radicaliseert elk van de tien geboden, wat betekent dat Hij telkens teruggrijpt naar de radix, naar de wortel, de intentie, de bedoeling van het gebod, en dat Hij zich niet beperkt tot de uiterlijke naleving ervan. Zo moet ook onze houding tegenover God en de naaste uiteindelijk haar basis vinden in de liefde. Een innerlijke liefde die veel meer is dan het uiterlijk volgen van spelregeltjes maar een liefde die we uitstralen in wat we zeggen, in wat we doen, in wie we zijn.
Het klinkt mooi en gemakkelijk gezegd, moet ik toegeven maar wellicht wat te theoretisch. Jezus heeft dit ongetwijfeld ervaren want als een ervaren leraar illustreert Hij elke levenswet met concrete voorbeelden uit het dagelijkse leven. Voorbeelden die Hij telkens begint met eenzelfde contrasterende uitspraak: “Ge hebt gehoord dat …. . Maar ik zeg u … .”
De eerste twee voorbeelden zijn het duidelijkst, zeker voor onze tijd. De reden waarom ik mij daartoe beperk. 1, 'Gij zult niet doden' (Ex. 20, 13 ). Jezus laat zien dat je iemand ook met harde woorden in de grond kunt boren, iemand dood kunt zwijgen, voortaan je niets meer met iemand te maken wilt hebben. In deze en soortgelijke wortels van kwaad ontkiemt het haatgevoel dat kan leiden tot zo’n ondragelijke situatie dat vluchten uit dit leven het uiteindelijke gevolg is. Het gaat Jezus hierin om dat begin: de minachting, het kwaad dat kwetst en de liefde tot de naaste doodt. Want die ander wordt niet gezien als beeld van God maar als een verwerpelijk ding.
'Gij zult geen echtbreuk plegen'. Wanneer pleeg ik echtbreuk? Enkel maar wanneer ik vreemd ga? Jezus zou vandaag zeker veel heel wat vormen kunnen opnoemen van ongewenst gedrag, waardoor de waardigheid van een mens voor altijd wordt geschonden. Een gedrag waarbij een mens als beeld van God herleid wordt tot een lustobject, tot zijn of haar lichaam. De wortel van echtbreuk of ontrouw ligt ook hier in deze verwerpelijke herleiding. Veel hoeft daar niet aan toegevoegd te worden want de voorbeelden zijn legio en van alle tijden.
Wie zich met deze woorden van de Bergrede laat doordringen beseft dat de omkering van een mens gebeurt vanuit het hart. Ons innerlijke vraagt om een ommekeer van het hart. Het is zoals Jezus Sirach vandaag zegt: 'Vuur en water heeft God voor je neergezet, Je hebt de keuze tussen goed en kwaad, tussen leven en dood' (Sir 15,15-16). Echtbreuk of ontrouw plegen is geen kwestie van een andere partner. Neen, ontrouw ben je reeds wanneer je een medemens herleidt tot een lustobject Want dan doet je geen recht aan de ander maar bovendien aan God als Schepper. Zo laat Jezus ons zien dat er achter elke levensregel de plicht schuilt om eindeloos te kijken vanuit Gods liefde.
Jezus geeft ons vandaag als zijn volgelingen geen gemakkelijke opdracht maar Hij roept ons wel op tot echte liefdesbekwaamheid. Want getuigt het immers niet van liefdevolle menselijkheid wanneer wij een ander zijn of haar ‘zaligheid’ geven maar wel dat Gods liefdevolle Rijk daar aanwezig is waar wij die ander niét in de steek laten en vooruithelpen in haar of zijn schamelheid?
1e
lezing: Sirach 15, 15-20; 2e lezing: 1 kor. 2, 6-10; evangelie: Matteüs 5, 17-27
De evangelietekst uit de Willibrordvertaling 1978:
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: ‘Denkt niet dat Ik gekomen ben om Wet en Profeten op te heffen; Ik ben niet gekomen om op te heffen, maar om de vervulling te brengen. Want voorwaar, ik zeg u: Eerder nog zullen hemel en aarde vergaan, dan dat een jota of haaltje vergaat uit de Wet, voordat alles geschied is. Wie dus een van die voorschriften, zelfs het geringste, opheft en zo de mensen leert, zal de geringste geacht worden in het Rijk der hemelen, maar wie ze onderhoudt en leert zal groot geacht worden in het Rijk der hemelen. Ik zeg u: Als uw gerechtigheid die van de Schriftgeleerden en Farizeeën niet ver overtreft, zult gij zeker niet binnengaan in het Rijk der hemelen. Gij hebt gehoord, dat tot onze voorouders is gezegd: Gij zult niet doden. Wie doodt zal strafbaar zijn voor het gerecht. Maar Ik zeg u: Al wie vertoornd is op zijn broeder, zal strafbaar zijn voor het gerecht. En wie tot zijn broeder zegt: raka, zal strafbaar zijn voor het Sanhedrin, en wie zegt dwaas, zal strafbaar zijn met het vuur van de hel. Als gij uw gave komt brengen naar het altaar en daar schiet u te binnen dat uw broeder iets tegen u heeft, laat dan uw gave voor het altaar achter, ga u eerst met uw broeder verzoenen en kom dan terug om uw gave aan te bieden. Haast u het eens te worden met uw tegenpartij, zolang ge nog met hem onderweg zijt; anders zou uw tegenpartij u wel eens aan de rechter kunnen overleveren, en de rechter u aan de gerechtsdienaar, en zou gij in de gevangenis worden geworpen. Voorwaar, Ik zeg u: Ge zult daar niet uitkomen, voordat ge tot de laatste penning hebt betaald. Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Gij zult geen echtbreuk plegen. Maar Ik zeg u: Al wie naar een vrouw kijkt om haar te begeren, heeft in zijn hart al echtbreuk met haar gepleegd. Indien uw rechteroog u aanstoot geeft, ruk het uit en werp het van u weg; want het is beter voor u, dat een van uw lichaamsdelen verloren gaat dan dat heel uw lichaam in de hel wordt geworpen. En als uw rechterhand u aanstoot geeft, hak ze af en werp ze van u weg, want het is beter voor u, dat een van uw lichaamsdelen verloren gaat dan dat heel uw lichaam in de hel terecht komt. Ook is er gezegd: Wie zijn vrouw verstoot, moet haar een scheidingsbrief geven. Maar Ik zeg u: Wie zijn vrouw verstoot, behalve in geval van ontucht, brengt haar ertoe echtbreekster te worden; en wie een verstoten vrouw huwt, begaat echtbreuk. Eveneens hebt gij gehoord, dat tot onze voorouders gezegd is: Gij zult geen valse eed doen, maar gij zult voor de Heer uw eden houden. Maar Ik zeg u in het geheel niet te zweren; noch bij de hemel, want dat is de troon van God; noch bij de aarde, want dat is zijn voetbank; noch bij Jeruzalem, want dat is de stad van de grote Koning. Ook bij uw hoofd moet gij niet zweren, want gij kunt niet een haar wit of zwart maken. Maar uw ja moet ja zijn en uw neen, neen; en wat daar nog bij komt, is uit den boze.