Reeds meer dan achtentwintig jaar geleden kon Barach Obama miljoenen Amerikanen begeesteren met zijn beroemd geworden woorden: “We can change. Yes, we can!”. Een overtuigende oproep om te veranderen die ongetwijfeld gestoeld was op een rotsvast geloof in de mens wanneer ieder tenminste bereid was om zich te bekeren. Of om het met die andere charismatische president John F. Kennedy te zeggen in zijn eerste State of Union: “Landgenoten, vraag mij niet wat ons land voor u kan doen, maar vraag wat ú kunt doen voor uw land.” De boodschap van een man wiens charisma vandaag nog leeft in de herinnering van menig Amerikaan. Zo’n geest zal Jezus ongetwijfeld meteen met de woorden: “Bekeer u” uitgestraald hebben bij het begin van zijn openbaar leven’ We lezen immers wat verder Dat grote volksmenigten uit de omliggende streken bij Hem aansloten (Mt 4,25). Deze en zes beroemde redevoeringen heeft Mattheüs vijftig jaar later in zijn evangelie vastgelegd omdat ze een nieuwe geest vertolkten van waaruit Jezus leefde. Vooral biedt de Bergrede tot op vandaag inspiratie voor Jezus’ volgelingen en zelfs voor menig niet-gelovige om de wereld van binnenuit te vernieuwen. Ongetwijfeld heeft zijn allereerste woord “Bekeer u, Want het Rijk der hemelen is nabij (Mt 4,24). Wij die Jezus’ huidige leerlingen zijn hebben die oproep tot bekering gehoord die wellicht al verdwenen is onder dat idyllische verhaal over de roeping van zijn eerste twee leerlingen. Óf omdat dat kleine woordje ‘bekeer u’ ons niet zo goed bevalt. Nochtans sluit het aan bij de prediking van Johannes. Ja, hoe het met die Doper was afgelopen, had Jezus vernomen en werd dit voor Hem de aanleiding om uit te wijken naar Galilea. Jezus distantieerde zich van de beruchte offerritussen in de Tempel en van de vele wetten die de Joodse geloofsbeleving bepaalden. Voor Hem betekende de tempel de unieke Joodse offerplaats. Daarom trok Hij naar Galilea om er het Rijk Gods te prediken. Een landelijke streek, gelegen aan het meer waar de mensen eenvoudiger, armer, open en ontvankelijker waren. Men had er geleerd verdraagzaam te zijn tegenover elkaar in een gezond pluralisme van verschillende culturen. Een mengelmoes – zo werd verteld - die door Jeruzalem met minachting werd bekeken. En precies in deze periferie van Galilea begint het hemels licht te dagen, Wat verstoten is en smachtend uitziet naar verlossing, wordt uitverkoren. Johannes’ oproep tot bekering neemt Jezus letterlijk over en zal ook voor ons een diepere betekenis krijgen ‘Keer je om’ betekent dan dat wij in staat zijn om de moeilijke weg te bewandelen door een voortdurend proces van levensherziening, bekering en verbetering van onze levenshouding en vastgeroeste gewoontes. om onze menselijke waardigheid te hervinden. Dit is enkel mogelijk wanneer wij de moeilijkste weg bewandelen: de weg naar een voortdurend proces van verbetering.
Dierbaren, net zoals die indrukwekkende woorden van de groten der aarde in onze herinnering blijven leven omdat ze lichtpuntjes van hoop en vertrouwen gaven, net zo blijven Jezus’ allereerste woorden heel bemoedigend. Ze schenken ons het geloof dat zijn Rijk nabij is. Een Rijk waarin ieder van ons in staat om met Gods hulp op eender welk moment van ons leven helemaal opnieuw te beginnen en Hém te vinden die een en al Liefde is.
1e
lezing: Jesaja 8, 23b-9,3; 2e lezing: 1 Kor. 1, 10-13.17; evangelie: Matteüs 4, 12-23
De evangelietekst uit de Willibrordvertaling 1978:
Toen Jezus hoorde dat Johannes was gevangen genomen, week Hij uit naar Galilea. Met voorbijgaan echter van Nazareth vestigde Hij zich in Kafarnaüm aan de oever van het meer, in het grensgebied van Zebulon en Naftali, opdat in vervulling zou gaan het woord van de profeet Jesaja: Land van Zebulon, land van Naftali, liggend aan de zee, Over Jordanië: Galilea van de heidenen! Het volk dat in de duisternis zat, heeft een groot licht aanschouwd; en over hen die in het land van de schaduw van de dood gezeten waren, over hen is een licht opgegaan. Van toen af begon Jezus te prediken en te zeggen: ‘Bekeert u, want het Rijk der hemelen is nabij.’ Eens toen Hij zich bij het meer van Galilea ophield, zag Hij twee broers, Simon die Petrus wordt genoemd en diens broer Andreas, bezig met het net uit te werpen in het meer. Zij waren namelijk vissers. En Hij sprak tot hen: ‘Komt, volgt Mij: Ik zal u vissers van mensen maken.’ Terstond lieten zij hun netten in de steek en volgden Hem. Iets verder zag Hij nog twee broers, Jakobus en diens broer Johannes; met hun vader Zebedeus waren zij in de boot de netten een het klaarmaken. Hij riep hen, en onmiddellijk lieten zij de boot en hun vader achter en volgden Hem. Jezus trok rond door geheel Galilea, terwijl Hij als leraar optrad in hun synagogen, de Blijde Boodschap verkondigde van het Koninkrijk en alle ziekten en kwalen onder het volk genas.