Een uitzonderlijke hittegolf zorgt voor zeer hoge temperaturen in grote delen van Europa. Van Spanje, Frankrijk tot het Verenigd Koninkrijk zoeken inwoners en toeristen verkoeling bij fonteinen, stranden en zwembaden. Ook hier in Nederland. Zo stijgt in deze hittegolf niet alleen het kwik, maar ook de vraag naar airco’s. Het is druk bij de verkopers in Brabant. “Mensen gaan op het laatste moment schakelen”, zegt een aircoverkoper. Maar wie vandaag belt, hoeft morgen nog geen airco te verwachten. Daar kan zomaar een paar weken tussen zitten. “We werken allemaal heel hard om de systemen klaar te krijgen”, legt de verkoper uit. Ondanks dat, bekijkt hij het ook positief: “We houden het hoofd koel.”
“Toen Elisa er dus op zekere dag weer kwam”, hoorden we zojuist in de 1e lezing, “betrok hij de bovenkamer en legde er zich te ruste.”
De 1e lezing vormt het begin van een vertelling dat uit drie verhaalronden bestaat. In de eerste ronde ontmoeten de personen elkaar. Om iets tegenover de gastvrijheid van de Sunammitische vrouw te stellen, kondigt Elisa haar aan dat zij een zoon zal krijgen. In de tweede ronde wordt de opgegroeide jongen door een dodelijke ziekte getroffen. De vrouw legt hem in de kamer van Elisa, en begeeft zich naar de profeet. In de laatste ronde probeert Elisa om de jongen te redden. Eerst via Gechazi, maar wanneer dat niet lukt, doet hij het persoonlijk.
Wat is nu de bedoeling van deze vertelling? In de eerste plaats laat het zien hoe bijzonder de gaven van Elisa zijn. En toch is niet hij de hoofdfiguur in het verhaal, maar de Sunammitische vrouw. Zij is degene die steeds het initiatief neemt. Zij is een vrouw die zich gastvrij opstelt tegenover Elisa. Zij ziet hem als een man Gods. Het past ook bij haar doortastend karakter dat zij Elisa tweemaal ter verantwoording roept, iets wat - gezien de toenmalige man-vrouw verhouding - niet vanzelfsprekend was. Zij laat zich niet door Gechazi afschepen. Zij weet wie door God als zijn profeet is geheiligd, en hoe zij met deze man Gods moet omgaan. Zo kan zij voor de lezers - en daarmee ook voor ons - een voorbeeld zijn. In de moeilijke situaties wist zij toch het hoofd koel te houden.
“Wie een van deze kleinen”, aldus Jezus tot zijn apostelen, “al was het maar een beker koud water geeft, omdat hij mijn leerling is, voorwaar, Ik zeg u: …”
De twaalf apostelen staan op het punt om door Jezus te worden uitgezonden. Maar eerst houdt hij voor hen een lange zendingsrede. Vorige week hoorden we ook al een gedeelte hieruit, vandaag het vervolg. Hierin horen wij een paar zinnen, waarin het werkwoord ‘opnemen’ centraal staat. Dit betekent hier zoiets als: de apostelen in huis ontvangen, hen gastvrijheid betrachten, horen naar de woorden die zij spreken. Vervolgens wordt de positie van de apostel geplaatst naast die van de profeet en de rechtvaardige. Wie een profeet of een rechtvaardig iemand ontvangt, zal ook het loon van deze profeet of rechtvaardige ontvangen. En dat is: deelhebben aan het rijk van God.
Nu verwachten we in de evangelietekst: wie een apostel ontvangt omdat hij een apostel is, zal ook het loon van een apostel ontvangen. Maar in plaats daarvan wordt er over ‘een van deze kleinen’ gesproken. Hiermee worden niet - zoals we wellicht zullen verwachten - kinderen bedoeld, maar veeleer de apostelen, de leerlingen van Jezus. Zij, die ‘klein’ heten in de ogen van mensen - omdat zij noch sociaal noch religieus een rol van betekenis spelen - komen nu naast de profeet en de rechtvaardige te staan. Daarmee krijgen ook zij hun eigen plaats in het Rijk van God. Wie aan deze ‘kleinen’ ook al is het maar een kleine daad doet, zoals het geven van een beker koud water, zal het loon ontvangen van hem, die een profeet of rechtvaardige opneemt. En dat is: deelhebben aan het rijk van God. Zal men ook hierbij het hoofd koel kunnen houden?
In de lezingen van vandaag horen wij hoe we ons in moeilijke situaties kunnen gedragen. Zo stelt in de eerste lezing de Sunammitische vrouw zich enerzijds gastvrij tegenover Elisa op, maar roept hem anderzijds ook ter verantwoording, iets wat - gezien de toenmalige man-vrouw verhouding - niet vanzelfsprekend was. En in het evangelie staat men voor het dilemma: mensen helpen die noch sociaal noch religieus een rol van betekenis spelen, of - wanneer men dit weigert - niet het loon ontvangen van hem die een profeet of rechtvaardige opneemt. Toch wisten zij hierbij het hoofd koel te houden.
En wij? Hoe zit het met ons? Nu kunnen wij de laatste tijd in allerhande verhitte situaties terechtkomen. En dan heb ik het niet over de hittegolf die nu over Europa gaat. Of het nu gaat over asiel, vluchtelingen of migratie; islamofobie, antisemitisme of vreemdelingenhaat; Israël, Gaza of de Palestijnen; woningnood, veiligheid of klimaat. Mensen staan lijnrecht tegenover elkaar. Er worden twee kampen gevormd. We luisteren niet naar elkaar. We zien de ander niet als medemens, en geweld wordt daarbij soms niet geschuwd. Laten wij ons hierdoor leiden? Laten wij de situatie oplopen tot code oranje of zelfs tot code rood? Of weten wij ons hoofd in zulke situaties wel koel te houden? Amen.
1e
lezing: 2 Kon. 4, 8-11. 14-16a; 2e lezing: Rom. 6, 3-4. 8-11; evangelie: Matteüs 10, 37-42
De evangelietekst uit de Willibrordvertaling 1978:
‘Wie vader of moeder meer bemint dan Mij, is Mij niet waardig; wie zoon of dochter meer bemint dan Mij, is Mij niet waardig. En wie zijn kruis niet opneemt en Mij volgt, is Mij niet waardig. Wie zijn leven vindt, zal het verliezen, en wie zijn leven verliest om Mijnentwil zal het vinden. Wie u opneemt, neemt Mij op; en wie Mij opneemt, neemt Hem op die mij gezonden heeft. Wie een profeet opneemt, omdat het een profeet is, zal ook het loon van een profeet ontvangen; en wie een deugdzaam mens opneemt, omdat het een deugdzaam mens is, zal ook het loon van een deugdzame ontvangen. En wie een van deze kleinen al was het maar een beker koud water geeft, omdat hij mijn leerling is, voorwaar, Ik zeg u: Zijn loon zal hem zeker niet ontgaan.’