Preek van 3 mei 2026

Preek van 3 mei 2026

5e zondag van Pasen

Broeders en zusters, kent u dat gevoel… dat je even niet weet waar het heen gaat? Dat je plannen had. Zekerheden. Misschien zelfs een duidelijk beeld van hoe het zou lopen. En dan gebeurt er iets — onverwacht, ongewenst — en ineens staat alles op losse schroeven. Je raakt het overzicht kwijt. Je vraagt je af: ‘Waar moet ik heen? Wat is nog zeker?’

Dat is precies de sfeer van die avond. Jezus zit met zijn leerlingen aan tafel. Het is hun laatste avond samen, al beseffen ze dat nog niet helemaal. Maar ze voelen het wel. Er hangt iets in de lucht. Iets dat verandert. Iets dat onzeker maakt. En midden in die spanning zegt Jezus: “Laat je hart niet in de war raken. Vertrouw op God, en vertrouw ook op Mij.” Dat klinkt bijna eenvoudig. Maar het is het niet. Want Jezus zegt dit niet tegen mensen die rustig en stabiel zijn. Hij zegt het tegen mensen die bang zijn. Die voelen dat ze grip verliezen. Hij ziet hun onrust. Hij wuift die niet weg. Maar Hij laat hen er ook niet in blijven hangen. 

Hij opent een ander perspectief. “In het huis van mijn Vader is ruimte genoeg.” Of nog sterker: er is ruimte voor iedereen. Probeer dat beeld eens voor je te zien. Geen groot, afstandelijk paleis. Geen kille ruimte. Maar een huis. Een plek waar je binnenkomt en ademhaalt. Waar je niet hoeft te doen alsof. Waar je welkom bent, precies zoals je bent. 
En dan zegt Jezus iets heel persoonlijks: “Voor jou is daar plaats.” Niet algemeen. Niet vaag. Voor jou. Dat betekent: jouw leven gaat ergens naartoe. Ook als jij het even niet ziet. Ook als alles wankelt. Er is een bestemming. Maar precies daar wringt het. Want hoe kom je daar? En dan klinkt de stem van Tomas — misschien wel de meest eerlijke van allemaal: “Heer, we begrijpen het niet. Hoe moeten we de weg kennen?” Geen mooie woorden. Geen vrome taal. 
Gewoon: ik snap het niet. Misschien herken je dat. Dat je denkt: iedereen lijkt het zeker te weten — behalve ik. En juist die vraag blijft niet onbeantwoord. Jezus zegt: “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven.” Hij zegt niet: “Ik zal jullie uitleggen hoe het zit.” Hij zegt niet: “Hier is een plan, volg deze stappen.” Hij zegt: “Ik ben de Weg.”

Dat verandert alles. Het betekent dat geloven niet begint met begrijpen. Niet met alles op een rijtje hebben. Maar met vertrouwen. Met meegaan. Stap voor stap, soms aarzelend, soms zoekend, maar met Hem. “Ik ben de Waarheid.” In een wereld waarin zoveel stemmen klinken, zoveel meningen, zoveel onzekerheid… zegt Jezus: kijk naar Mij. Kijk hoe Hij leeft. Hoe Hij omgaat met mensen. Hoe Hij liefheeft zonder voorwaarden. Daar zie je wie God is. “Ik ben het Leven.” Niet alleen straks, ooit, ver weg. Maar nu al. Leven dat dieper gaat dan succes of falen. Leven dat blijft, zelfs als alles lijkt te stoppen.

Dan komt Filippus met een verlangen dat ook wij kunnen voelen: “Heer, laat ons de Vader zien.” Alsof hij zegt: geef ons iets vasts. Iets zichtbaars. Iets zeker. En Jezus antwoordt: “Wie Mij ziet, ziet de Vader.” 
Met andere woorden: je hoeft niet verder te zoeken. In Jezus wordt God zichtbaar. In zijn geduld. In zijn trouw. In zijn aandacht voor mensen die over het hoofd worden gezien. En dan — bijna onverwacht — zegt Jezus: “Wie in Mij gelooft, zal doen wat Ik doe.” Dat is een grote belofte. Maar ook een spannende. Want het betekent: het stopt niet bij luisteren. Het gaat verder, door ons heen. Niet in grote, spectaculaire dingen per se. Maar juist in het kleine. Wanneer jij iemand niet laat vallen. Wanneer je vergeeft terwijl dat moeilijk is. Wanneer je luistert zonder oordeel. Wanneer je er bent, gewoon aanwezig. Daar gebeurt iets van God. Misschien ongemerkt. Misschien zonder dat iemand het benoemt.

Maar het gebeurt. Dus als je vandaag iets meeneemt, laat het dit zijn: je hoeft het niet allemaal te begrijpen. Je hoeft niet alles onder controle te hebben. Twijfel mag er zijn. Vragen ook. Maar je staat er niet alleen voor. Er is een Weg — en die Weg is geen richting op een kaart. Het is Iemand die met je meegaat. Ook als het donker is. Ook als je het overzicht kwijt bent. Ook als je niet weet wat de volgende stap is. Hij gaat met je mee. En misschien is dat genoeg voor vandaag: niet weten waar je uitkomt, maar wel weten met wie je onderweg bent. Hij gaat met je mee. Je bent niet alleen. Je wordt gedragen, ook als je het niet voelt. Er is toekomst, ook waar jij die nog niet ziet. Hoe ziet zo’n toekomst eruit?

De toekomst waar Jezus over spreekt is geen routekaart met alle haltes ingevuld. Het is geen schema waarin je precies kunt zien: dít gaat er gebeuren, dán komt dat, zo loopt het af. In plaats daarvan tekent Hij een ander soort toekomst. Allereerst: een toekomst bij God. Dat beeld van “het huis van de Vader” zegt niet hoe het eruitziet in praktische zin, maar wél wat het betekent: thuiskomen. Een plek waar je volledig gekend bent en volledig welkom. Waar niets meer tussen jou en God in staat. De toekomst is het leven zelf op de weg die Jezus is. Amen

1e lezing: Hand. 6, 1-7; 2e lezing: 1 Petrus 2, 4-9; evangelie: Johannes 14, 1-12
De evangelietekst uit de Willibrordvertaling 1978:
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: ‘Jullie moeten je niet zo laten verontrusten. Jullie geloven in God; geloof zo ook in Mij! In het huis van mijn Vader kunnen velen hun verblijf houden. Zou Ik anders gezegd hebben dat Ik wegga om voor jullie een plaats gereed te maken? Ja, Ik moet weggaan en voor jullie een plaats gereedmaken, maar Ik kom terug, en dan neem Ik jullie bij Me op, zodat daar waar Ik ben, ook jullie zullen zijn. En waar Ik heen ga !!- de weg daarheen is jullie bekend.' `Maar Heer,' zei Tomas, `we weten niet eens waar U heen gaat; hoe zou de weg ons dan bekend kunnen zijn?' Jezus antwoordde: `Ik ben de weg, en de waarheid en het leven. Alleen door Mij heeft men toegang tot de Vader. Als jullie Mij hebben leren kennen, zul je ook mijn Vader leren kennen. Sterker, nu al kennen jullie Hem en heb je Hem gezien.' Hierop zei Filippus: `Laat ons de Vader zien, Heer, dan zijn we tevreden!' En Jezus weer: `Ik ben al zo lang bij jullie, Filippus, en je hebt Me nog niet leren kennen? Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien. Hoe kun je dan nog zeggen: "Laat ons de Vader zien"? Geloof je niet dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij? De woorden die Ik tot jullie spreek, spreek Ik niet uit Mijzelf: het zijn daden van de Vader, die in Mij blijft. Geloof Me toch: Ik ben in de Vader en de Vader is in Mij; of geloof het anders op grond van de daden. Waarachtig, Ik verzeker jullie: wie in Mij gelooft, zal de daden die Ik verricht, ook zelf verrichten; ja nog grotere zal Hij verrichten, want zelf ga Ik naar de Vader,