Preek van 31 mei 2026

Preek van 31 mei 2026

H. Drie-eenheid

Triniteitszondag brengt ons telkens weer bij een grens. Niet een grens die afsluit, maar een grens waar het verstand eerbiedig stil wordt en waar aanbidding begint. Wij belijden God als Vader, Zoon en heilige Geest: geen drie goden, maar één God; geen eenzame macht, maar levende gemeenschap. Wie dit volledig wil verklaren, verliest gemakkelijk het geheim. Wie echter het mysterie eerbiedigt zonder te denken, dreigt in vaagheid terecht te komen. De liturgie van vandaag nodigt ons uit tot een andere weg: niet het mysterie oplossen, maar erin binnengaan.

De lezingen van deze zondag helpen ons daarbij. In het boek Exodus ontmoet Mozes God op de berg. In het Johannesevangelie horen wij de woorden die misschien het hart van het christelijk geloof samenvatten: “Zozeer heeft God de wereld liefgehad…” Beide teksten openen een venster op het innerlijk van God. Niet door een theorie, maar door een ervaring van nabijheid, barmhartigheid en betrokkenheid.

Mozes klimt de Sinaï op met nieuwe stenen platen in zijn handen. Het volk heeft het verbond geschonden met het gouden kalf. Alles leek verloren. Maar juist in dat moment openbaart God zijn Naam opnieuw. Niet eerst als machtige heerser, niet als strenge rechter, maar als degene die “barmhartig en genadig is, lankmoedig, rijk aan trouw”.

Dat is misschien het eerste wat wij vandaag moeten horen: het diepste wezen van God is geen gesloten almacht, maar een zich schenkende goedheid. God blijft niet op afstand van de mens die gevallen is. Hij trekt zich niet terug in gekwetste verhevenheid. Hij komt opnieuw nabij.

Mozes buigt zich ter aarde. Dat is een belangrijk detail. Waar God werkelijk verschijnt, ontstaat aanbidding. Niet angstige onderwerping, maar de stille erkenning dat wij leven van een werkelijkheid die ons draagt en overstijgt.

In het Johannesevangelie gaat die openbaring nog verder. Wat Mozes op de berg heeft gehoord, krijgt nu een gezicht. “Zozeer heeft God de wereld liefgehad dat Hij zijn enige Zoon heeft gegeven.” De liefde van God blijft niet bij woorden of beloften; zij wordt vlees, geschiedenis, nabijheid. God geeft zichzelf.

En precies daar begint het licht van de Drie-eenheid op te gaan. Niet als abstract schema, maar als beweging van passie. De Vader schenkt de Zoon. De Zoon ontvangt alles van de Vader en geeft zichzelf terug in gehoorzaamheid en met passie. De heilige Geest is de levende adem van die hartstocht, uitgestort in de harten van de gelovigen.

De oude Kerkvaders hebben vaak gezegd: als wij spreken over de Drie-eenheid, spreken wij uiteindelijk over liefde. Want liefde veronderstelt relatie. Een God die alleen maar absolute eenheid zonder betrekking zou zijn, zou moeilijk gedacht kunnen worden als eeuwige liefde. Maar in God zelf is van eeuwigheid een uitwisseling van grote betrokkenheid: de Vader die zich schenkt, de Zoon die ontvangt en wedergeeft, de Geest die die eenheid levend maakt.

Toch moeten wij voorzichtig blijven. Elke vergelijking schiet tekort. Soms spreekt men over de zon, haar licht en haar warmte. Anderen spreken over bron, rivier en stroming. Zulke beelden kunnen helpen, maar geen enkel beeld omvat God. Het mysterie blijft groter dan onze taal.

Misschien is het daarom betekenisvol dat de Schrift niet begint met een uitleg van Gods innerlijk leven, maar met Gods handelen in de geschiedenis. Israël leert God kennen doordat Hij bevrijdt. De leerlingen leren God kennen doordat Jezus liefheeft, vergeeft, lijdt en verrijst. Pas gaandeweg begrijpt de Kerk dat in deze geschiedenis van heil het geheim van Gods eigen wezen zichtbaar wordt.

De Drie-eenheid is dus geen wiskundig raadsel. Het is de naam van Gods levende nabijheid. Het krijgt een vloeiende Wanneer wij het kruisteken maken — in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest — dan treden wij binnen in die goddelijke gemeenschap. Wij worden opgenomen in de beweging van liefde die God zelf is.

Dat is ook de diepe betekenis van de eucharistie die wij vieren. De eucharistie is niet enkel een herinnering aan Jezus. Zij is deelname aan het leven van de Drie-ene God. De Vader nodigt ons aan zijn tafel. De Zoon geeft zichzelf als brood voor het leven van de wereld. De heilige Geest verandert brood en wijn en opent ook ons hart.

In een monastieke gemeenschap krijgt dit nog een bijzondere kleur. Het kloosterleven is immers, hoe broos ook, een oefenschool van communio. Niemand kiest zijn broeders of zusters volledig zelf. Men leeft samen rond één Heer, onder één Woord, gedragen door één Geest. Dat vraagt bekering, geduld en vergeving. Misschien is juist daarom het monastieke leven een stille verwijzing naar het trinitaire mysterie.

Want gemeenschap is niet vanzelfsprekend. Wij ervaren allemaal hoe gemakkelijk mensen langs elkaar heen leven. Individualisme lijkt vaak sterker dan verbondenheid. Ook binnen gemeenschappen kunnen spanningen groeien. Dan klinkt het evangelie van vandaag des te dringender: God heeft de wereld liefgehad. Niet veroordeeld, maar liefgehad.

Johannes zegt uitdrukkelijk dat de Zoon niet gekomen is om de wereld te veroordelen, maar om haar te redden. Dat woord “redden” betekent meer dan een juridische vrijspraak. Het betekent genezen, herstellen, weer tot leven brengen. God kijkt naar de wereld niet met cynisme, maar met mededogen.

Dat betekent niet dat kwaad onbelangrijk wordt. De Schrift is daar te realistisch voor. Maar het laatste woord behoort niet aan het kwaad toe. Het laatste woord behoort aan de liefde die sterker is dan de dood.

Daarom is Triniteitszondag uiteindelijk geen intellectueel examen, maar een uitnodiging tot vertrouwen. Wij hoeven het mysterie niet te beheersen. Wij mogen erin wonen.

1e lezing: Exodus 34, 4b-6. 8-9; 2e lezing: 2 Kor. 13, 11-13; evangelie: Johannes 3, 16-18
De evangelietekst uit de Willibrordvertaling 1978:
Zozeer heeft God de wereld liefgehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat al wie in Hem gelooft niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben. God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gezonden om de wereld te oordelen, maar opdat de wereld door Hem zou worden gered. Wie in Hem gelooft, wordt niet geoordeeld, maar wie niet gelooft, is al veroordeeld, omdat hij niet heeft geloofd in de Naam van de eniggeboren zoon van God.