Preek van 4 oktober 2026

Preek van 4 oktober 2026

27e zondag door het jaar

Na een veelbelovende zomer, wordt het voor de Nederlandse wijnboeren toch nog spannende weken. Het is hard doorwerken bij wijndomein Sint-Catharinadal in Oosterhout. Ruim vijftig vrijwilligers zijn druk in de weer met het afknippen van trossen druiven. Met tien hectare aan wijnranken doet het kloosterlandgoed bijna on-Nederlands aan. ‘Door de eeuwen heen hebben onze zusters een weg naar de toekomst gevonden,’ vertelt een zuster van Sint-Catharinadal. ‘In het idee van een wijngaard zagen we onze spiritualiteit terug. Christus de wijnstok, wijnranken, verbinding leggen.’ In 2014 zijn zij dan begonnen om wijn te maken. Ofschoon veel zon helpt bij de groei en rijping van de druiven, is het geen garantie voor goede wijn. ‘Het valt of staat met die laatste weken,’ zo klinkt het uit Oosterhout. ‘Dan wil je dat ze in het zonnetje hangen, want dan komen pas die suikers in die druiven.’ Na een veelbelovende zomer, wordt het dan toch nog spannende weken.

“Ik had op druiven gehoopt!”, aldus Jesaja in de eerste lezing. “Waarom geeft hij mij wilde vruchten?”

De eerste lezing begint als een lied, een liefdeslied. Maar die liefde van God voor zijn wijngaard, het volk Israël, is niet belangeloos. Zij gaat gepaard met een verwachting dat de wijngaard vruchten zal opbrengen, een verwachting echter die niet wordt vervuld. De verwachting komt niet uit. Er is iets misgegaan tussen God en zijn wijngaard, tussen God en zijn volk. Ondanks de beste zorgen van de eigenaar - God - brengt de wijngaard slechts wilde vruchten voort, en geen goede druiven.

In het laatste vers van de lezing volgt de uitleg van het lied. Dan blijken die ‘wilde’ en ‘goede vruchten’ over de sociale verhoudingen in de gemeenschap te gaan. Twee woordspelingen maken dit duidelijk. In plaats van misjpat (recht) is er mispach gekomen (onrecht, dat wil zeggen: sociale en economische verhoudingen die armen verwonden). En in plaats van tsedaqa (goede sociale relaties) is er nu tse’aqa (maatschappelijk protest van hen die slachtoffer zijn geworden van onrechtvaardige sociale verhoudingen). God hoopte druiven te krijgen (recht), maar de wijnpers gaf enkel wilde vruchten (onrecht).

Daarom, aldus Jezus tot zijn toehoorders, zal het Rijk Gods “u ontnomen worden en gegeven aan een volk dat wel de vruchten daarvan opbrengt.”

De parabel van vandaag is een hervertelling van het lied van de wijngaard uit de eerste lezing, waar de eigenaar God is en de wijngaard Israël. Mattheüs heeft in zijn versie als personages een aantal pachters toegevoegd. Zij moeten zorgen voor de wijngaard, en zijn verantwoordelijk voor de opbrengst. De pachters zijn de religieuze leiders wier verantwoordelijkheid het is om te zorgen voor de geestelijke groei onder het volk. Dit zijn de druiven, de opbrengst, die de knechten van de eigenaar komen inzamelen. De ruwe omgang met de profeten uit het verleden (mishandeling, moord, steniging) is op veel plaatsen in het Oude Testament terug te vinden, en wordt ook door Jezus aangehaald. Nu heeft God zijn zoon gezonden. Zoals de pachters proberen van de zoon af te komen, zo proberen de hogepriesters en de oudsten van Gods zoon af te komen. De leiders van Jeruzalem begrijpen het slot van de gelijkenis niet helemaal. Zij begrijpen niet dat God zich van deze valse leiders zal ontdoen, en de verantwoordelijkheid zal overdragen aan hen die wel bereid zijn om voor de geestelijke groei onder het volk zorg te dragen. In feite gaat het hier om gehoorzaamheid, gerechtigheid, barmhartigheid en een leven dat de wil van de Vader weerspiegelt.

Daarom, aldus Jezus, zal het Rijk Gods “u ontnomen worden en gegeven aan een volk dat de vruchten daarvan opbrengt.” Hiermee is het beeld van de wijngaard in de gelijkenis enigszins verschoven. Nu verwijst de wijngaard niet meer naar het volk Israël, maar naar een ander volk. Een volk dat wel bereid is om de vruchten af te dragen. En wie zijn zij? Zij zijn andere pachters. Mensen die - niet van nature, maar door ommekeer - als een nieuw volk van God de vruchten op tijd afdragen. Tot dit nieuwe volk behoort men niet door geboorte, maar door zich te bekeren, en de gerechtigheid van Gods koninkrijk in praktijk te brengen. Niet alleen in woorden, maar ook in daden van barmhartigheid en rechtvaardigheid.

Dit klinkt allemaal heel mooi. Het is eerder gezegd dan gedaan. En toch. De lezingen van vandaag mogen ons hierbij een spiegel voorhouden, en ons tot daden aanzetten. Zo wordt in de eerste lezing het sociale onrecht in Israël aangeklaagd, en de mensen opgeroepen tot ommekeer. En in het evangelie is het doen van Gods wil niet zozeer jezelf zoeken, maar veeleer tot inkeer komen, en daden van barmhartigheid en rechtvaardigheid in praktijk te brengen.

Niet alleen toen, maar ook nu vandaag de dag. Zo heeft de wijngaard - die onze samenleving en maatschappij figuurlijk gesproken is - de laatste tijd veel mist en regen gezien. Vele druiven hebben te weinig zon gehad, met alle gevolgen van dien. Wanneer we als druiventrossen dan toch verbinding met elkaar weten te maken, zullen de komende weken dan toch spannend zijn? Amen.

1e lezing: Jesaja 5, 1-7; 2e lezing: Fil. 4, 6-9; evangelie: Matteüs 21, 33-43
De evangelietekst uit de Willibrordvertaling 1978:
In die tijd zei Jezus tot de hogepriesters en oudsten van het volk: ‘Luistert naar een andere gelijkenis: Er was eens een landeigenaar die een wijngaard aanlegde; hij zette er een heining omheen, hakte een wijnpers erin uit en bouwde een wachttoren. Daarop verpachtte hij hem aan wijnbouwers en vertrok naar den vreemde. Toen de tijd van de oogst gekomen was, zond hij zijn dienaren naar de wijnbouwers om de opbrengst in ontvangst te nemen. Maar de wijnbouwers grepen zijn dienaren vast. Zij mishandelden de een, doodden de ander en stenigden een derde. Daarop zond hij andere dienaren, talrijker dan de eersten; maar zij behandelden hen op dezelfde manier. Tenslotte stuurde hij zijn zoon naar hen toe, in de veronderstelling, dat zij zijn zoon wel zouden ontzien. Maar toen de wijnbouwers de zoon zagen, zeiden ze onder elkaar: Dat is de erfgenaam; vooruit, laten we hem vermoorden en ons zijn erfenis toe-eigenen. Ze grepen hem vast, wierpen hem de wijngaard uit en doodden hem. Wanneer nu de eigenaar van de wijngaard komt, wat zal hij dan wel met die wijnbouwers doen?’ Ze antwoordden Hem: Hij zal die ellendelingen een ellendige dood doen sterven en zijn wijngaard zal hij aan andere wijnbouwers verpachten, die hem de opbrengst op de vastgestelde tijd zullen afdragen.’ Toen sprak Jezus tot hen: ‘Hebt gij nooit in de Schrift gelezen: De steen die de bouwlieden hebben afgekeurd, is juist de hoeksteen geworden. Op last van de Heer is dat gebeurd en het is wonderbaar in onze ogen. Daarom zeg Ik u, het Rijk Gods zal u ontnomen worden en gegeven aan een volk dat wel de vruchten daarvan opbrengt.’